Staat betaalt mee aan koop twee Rembrandts

1/2Portret van Oopjen Coppit Wikimedia Commons
2/2Detail van het portret van Maerten Soolmans Rothschild Collectie

De aanschaf van twee portretten van Rembrandt lijkt bijna rond. De regering gaat zich samen met het Rijksmuseum inzetten om de twee topstukken naar Nederland te halen. 

Minister Bussemaker stelt 80 miljoen beschikbaar, zegt ze in het NOS Radio 1 Journaal. Het Rijksmuseum is bezig de andere 80 miljoen bij elkaar te krijgen. "De kans is groot dat de koop doorgaat", zegt Bussemaker.

Het Rijksmuseum zegt in een verklaring dat "gezien de hoogte van het bedrag het Rijksmuseum alles op alles zal zetten om de benodigde middelen bijeen te brengen om beide portretten te verwerven". In ieder geval stelt de Vereniging Rembrandt geld beschikbaar en ook is er gesproken met verschillende particulieren.

Nu of nooit

De minister heeft op verzoek van de fractievoorzitters in de Tweede Kamer geld beschikbaar gesteld voor de portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit. De huwelijksportretten uit 1634 worden te koop aangeboden door de Franse familie Rothschild. De vraagprijs is 160 miljoen euro. 

Directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum bevestigde in augustus dat het museum de schilderijen graag in zijn bezit zou hebben. Er was toen nog geen sprake van dat de overheid geld zou bijdragen.

Het is van groot belang dat de portretten naar Nederland komen, zeggen de politici en de kunstwereld. "Het is nu of nooit", zegt Bussemaker. "Als we ze nu niet kopen, komen ze in handen van een of andere rijke oliesjeik en dan kan het publiek ze nooit meer zien."

Als de portretten naar Nederland komen, moeten ze voor alle Nederlanders te zien zijn, zegt de minister. "Ze zullen dan een tour gaan maken door Nederland."

Onderhandelingen

Begin deze maand leek het er nog op dat het Rijksmuseum de portretten samen met het Louvre in Parijs zou kopen. De directeur van het Louvre, Jean-Luc Martinez, zei op een Frans radiostation dat de ministers van Cultuur van Nederland en Frankrijk die mogelijkheid hadden geopperd en dat hij er zelf met Pijbes over had gesproken. 

De adellijke familie Van Loon verkocht de schilderijen in 1877 aan de Franse tak van de familie Rothschild, omdat de erfenis voor de tien nabestaanden tegenviel. Hoeveel er indertijd voor betaald is, is niet bekend. 

Toen bekend werd dat ze weer in de verkoop gingen, zei Wim Pijbes dat het in zo'n geval zaak is voor het Rijksmuseum om "in beweging te komen om de stukken op serieuze wijze proberen terug te krijgen". 

STER Reclame