NOS

Een grote Nederlandse wetenschappelijke expeditie vaart door het Noordpoolgebied. NOS-weerman Peter Kuipers Munneke en verslaggever Martijn Bink varen mee en houden een dagboek bij. Vandaag in deel 4 een bijdrage van Peter Kuipers Munneke.

Waarschijnlijk hebben de meeste wetenschappers aan boord van de Ortelius vannacht gedroomd over alle mooie wetenschappelijke gegevens die ze gisteren hebben verzameld. Of over de adembenemend mooie natuur die we gisteren hebben gezien. Maar ik niet. Ik heb vannacht wel honderd keer gedroomd over steile gletsjers, over ontbrekende onderdelen van het weerstation, over zware sneeuwbuien.

Vandaag is namelijk de dag van de waarheid voor mijn onderzoek. En daarvoor ben ik wel licht gespannen. We varen op dit moment met het schip van Edgeøya naar het oosten van het hoofdeiland. Daar ligt de gletsjer waarop wij een volautomatisch weerstation gaan installeren. Dat wordt een flinke klus.

Flink sjouwen

Door nauwkeurige bestudering van satellietfoto's hebben we een route gepland, zo snel mogelijk het ijs op. Daar kunnen we, met stijgijzers onder onze bergschoenen, veel gemakkelijker lopen dan over het heuvelachtige, broze puinmateriaal dat aan de zijkanten van de gletsjer ligt. 

Toch blijft het flink sjouwen: verdeeld over vier rugtassen nemen we ruim zeventig kilo bagage mee. En niet allemaal ideaal verpakt: sommige masten steken ruim een meter boven de rugtas uit.

Gegevens verzamelen

Als vanmiddag het weerstation - hopelijk - eenmaal staat, zal het de komende vijf jaar automatisch gegevens verzamelen. Die worden per dag via een satelliet doorgestuurd naar Nederland. Temperatuur, wind, sneeuwval, en natuurlijk de smelting van de gletsjer. Zo hopen we te begrijpen hoe de gletsjers in het oosten van Spitsbergen reageren op een warmer poolklimaat.

Vandaag is de cruciale dag. Ik pak nog even mijn kleding, gereedschap en proviand. En dan gaan we het ijs op. Samen met mijn collega's Willem Jan van de Berg en Stefan Ligtenberg, twee gidsen en de cameraploeg van de NOS.

STER reclame