Met veel van die Nederlandse veteranen gaat het niet goed

Door verslaggever Jeroen de Jager

Liesbeth was 19 toen ze als militair vertrok naar Srebrenica, waar ze wilde meehelpen aan het beschermen van de Bosnische moslims. Het werd uiteindelijk een ervaring die haar twintig jaar later nog steeds achtervolgt. Veteraan Liesbeth Beukeboom-de Jong heeft er een blijvend trauma aan overgehouden.

Dit jaar is ze voor het eerst teruggegaan naar de plek waar ze dingen heeft meegemaakt die ze nooit meer zal vergeten. Ze ging met haar man en drie kinderen. "We kwamen aan in Zagreb. Het vreemde was dat toen we 's avonds op het balkon stonden van ons hotel en we naar de lucht keken, ik tegen mijn man zei: 'Wanneer zal de eerste inslag komen van een granaat?'. Ik voelde me direct teruggeworpen in de tijd."

Het was voor Liesbeth alsof de tijd had stilgestaan, helemaal in Srebrenica. Tegelijkertijd was het minder beladen doordat de kinderen erbij waren. "Die konden mijn beleving van toen relativeren door bijvoorbeeld een torretje aan te wijzen waar het niet goed mee ging. Dan denk je 'oh ja, dit is het leven'."

Bosnische mannen en vrouwen die elkaar omhelsden, trok ik uit elkaar.

Liesbeth Beukeboom-de Jong, oud-Dutchbatter

Liesbeth maakte deel uit van Dutchbat III, een groep van 325 Nederlandse militairen die voor de Verenigde Naties tienduizenden moslims moesten beschermen die in Srebrenica werden omsingeld door Serviërs. In juli 1995 liep het uit de hand. De zwaarbewapende Serviërs dwongen de bijna ongewapende Nederlanders om het gebied te verlaten. 

De Bosnische moslims verloren zo hun bescherming. De mannen werden gescheiden van vrouwen en kinderen en de bergen ingejaagd. Daar zijn rond de 8000 mannen door de Serviërs vermoord.

"Ik heb meegedaan aan het scheiden van mannen en vrouwen", vertelt Liesbeth. "Wij dachten dat het tijdelijk zou zijn. We wisten toen niet wat er ging gebeuren. Als het afscheid te lang duurde en man en vrouw elkaar nog even een omhelsden, trok ik ze echt uit elkaar omdat het snel moest gebeuren. Er werd volop geschoten om ons heen. Het was een chaos, totale ontreddering."

Liesbeth met haar gezin op een moslimbegraafplaats bij Srebrenica Eigen foto

Elke dag heeft ze nog last van die ervaringen. Ze heeft er een posttraumatische stressstoornis (PTSS) aan overgehouden. "Ik ben erg wantrouwig en altijd op mijn hoede. In een grote massa kijk ik waar ik heen kan als het fout gaat. Ik ben altijd extra alert. Het wordt niet minder, het gaat nooit weg."

Veel van de voormalig Dutchbatters hebben problemen. Lichamelijke klachten, psychische problemen, relaties die niet goed gaan, drank- en drugsgebruik, eenzaamheid, verwaarlozing en in het ergste geval zelfmoord. Van de ruim 300 militairen heeft zeker 10 tot 15 procent ermee te maken. Dat is bijna drie keer zoveel als normaal. Alleen al het afgelopen half jaar zijn vier Dutchbatters overleden. In totaal zijn bijna vijftien Dutchbatters dood. In een aantal gevallen ging het om zelfmoord.

Het is nog lang niet klaar, het boek gaat nooit dicht, dit blijft altijd aanwezig.

Liesbeth Beukeboom-de Jong, oud-Dutchbatter

Er heerst grote teleurstelling bij de militairen over de hulp die ze hebben gekregen van hun werkgever, het ministerie van Defensie. Dat heeft volgens hen geen of te weinig nazorg geboden. "Toen we thuiskwamen had ik zes weken vrij", vertelt Liesbeth. "Niemand heeft me toen gebeld om te vragen hoe het met me ging, terwijl het echt niet goed ging."

"Ik vrees dat er nog wel meer zelfmoorden zullen plaatsvinden. Het is nog lang niet klaar, het boek gaat nooit dicht, dit blijft altijd aanwezig. Vooral ook omdat je heel veel tegenwerking krijgt van Defensie." 

Vandaar dat Veteranendag Liesbeth een dubbel gevoel geeft. "Fijn om je maten weer te zien, maar boos op Defensie. Ik draag nu twintig jaar de lasten, het gaat nooit weg."

STER reclame