Wijkteams voor zorg nog onbekend en onbemind

Patiënten melden zich eerder bij de huisarts dan bij het wijkteam ANP

Mensen die zorg nodig hebben waarvoor de gemeente sinds januari verantwoordelijk is, gaan niet snel naar het sociaal wijkteam. Ze gaan eerder naar de huisarts. En dat terwijl het wijkteam juist een centrale rol moet spelen sinds delen van de zorg van het Rijk naar de gemeenten zijn overgeheveld. 

Slechts 10 procent van de mensen die sinds januari bij de gemeenten hulp zochten, heeft contact gehad met een wijkteam. Voor de mensen die de afgelopen 4,5 maand daadwerkelijk zorg hebben gekregen, heeft 14 procent het wijkteam gesproken. Dat blijkt uit een onderzoek van I&O Research onder 7000 mensen. Veel mensen kennen de wijkteams niet. 

Onderzoeker Peter Kanne van I&O Research zegt dat de decentralisaties nog niet opleveren waarvoor die bedacht zijn. "Dat kan komen door kinderziekten, maar de wijkteams zijn nog niet uit de verf gekomen als dé plek waar de regie op de zorg plaatsvindt."

Keukentafelgesprek 

Van de mensen die wel met het wijkteam in contact kwamen, was ruim de helft ronduit positief. 20 procent gaf een onvoldoende. Er werd niet goed geluisterd, het contact verliep moeizaam,  er werd niet goed samengewerkt of de leden van het team werden niet deskundig gevonden.

Ook het keukentafelgesprek, een andere hoeksteen van de zorg die de gemeenten leveren, functioneert nog niet. Maar 14 procent van de mensen die bij de gemeente hulp vroegen, had zo'n gesprek. De mensen die wel een gesprek kregen, waarderen dat met een 6,8.

Een wijkteam, wat is dat?

Kinderen

Uit het onderzoekt blijkt dat de mensen die de afgelopen maanden zorg hebben gekregen via de gemeenten minder tevreden zijn over hun zorg dan vorig jaar. De algehele waardering is ruim voldoende, maar wel gedaald van 7,7 naar 7,3. Verder blijkt het oordeel over de zorg negatiever naarmate de situatie ingewikkelder is.

Hulp en zorg voor kinderen met problemen worden slechter beoordeeld dan gemiddeld. Negatieve uitschieter daarbij is hulp voor kinderen met problemen met justitie, een kleine groep in het onderzoek.

Ook ouderen die eenzaam zijn en mensen met financiële problemen of met weinig kans op werk, zijn negatiever over de zorg die ze via de gemeenten krijgen dan gemiddeld.

Minder zorg

Het aantal mensen dat zorg krijgt neemt af. In dit onderzoek kreeg 18 procent van de mensen zorg, in de nulmeting van december was dat 21 procent. Bovendien geeft bijna een derde van de zorggebruikers aan dat ze sinds dit jaar minder uren zorg krijgen.

“Maar dat beeld kan nog veranderen want in 2014 hebben we naar een heel jaar gekeken en nu maar naar 4,5 maand”, waarschuwt Kanne .

Veranderingen 

In januari is de organisatie van de zorg veranderd. Gemeenten voeren zorgtaken uit die eerst bij het Rijk lagen, zoals hulp bij het zelfstandig wonen en jeugdzorg. Ook verzekeraars kregen er zorgtaken bij. Dat betekent dat veel mensen bij een ander loket moeten aankloppen met hun hulpvraag. Dat is in veel gevallen het sociale wijkteam. 

Door zorgtaken van het Rijk naar gemeenten over te hevelen moest de zorg dicht bij mensen komen. Zorgorganisaties zouden beter samenwerken, zodat mensen niet zelf met verschillende organisaties zaken hoeven doen. 

Maar de onderzoekers hebben vastgesteld dat mensen dat nog niet zo ervaren: ze hebben nog steeds te maken met te veel organisaties, waar ze ook steeds dezelfde gegevens moeten aanleveren.