Einde aan stijging aantal supersnelrechtzaken

Supersnelrechtzaak in Den Haag; in deze stad waren vorig jaar de meeste supersnelrechtzaken ANP
Geschreven door
Robert Bas
Justitieredacteur

Er lijkt een einde gekomen aan een jarenlange forse groei van het aantal supersnelrechtzaken. In 2014 waren er vrijwel net zoveel supersnelrechtzaken als in 2013. Dat blijkt uit cijfers van de Raad voor de rechtspraak.

Supersnelrechtzaken zijn strafzaken die binnen drie dagen nadat de verdachte voor een strafbaar feit is aangehouden voor de rechter worden gebracht. Dat is de termijn voor de inverzekeringstelling van de verdachte. Bij snelrechtzaken is de termijn tien dagen, wat overeen komt met de termijn voor de inbewaringstelling.

Vorig jaar waren er in het hele land 2649 supersnelrechtzaken, tegen 2653 in 2013. De jaren daarvoor was ieder jaar nog sprake van een forse stijging. In 2010 ging het om 1115 supersnelrechtzaken, in 2011 steeg dat naar 1372 en in 2012 naar 2168.

Oud en Nieuw

In Den Haag waren vorig jaar de meeste supersnelrechtzaken, namelijk 1308. Amsterdam volgde met 739 en Rotterdam met 598. In de arrondissementen Gelderland (1) en Midden-Nederland (3) waren er beduidend minder supersnelrechtzaken en in Overijssel en Noord-Holland zelfs geen enkele.

Hoewel supersnelrechtzaken vaak geassocieerd worden met strafbare feiten tijdens Oud en Nieuw maken die hier maar een fractie van uit. In 2014 waren het er 8.

Verdwijnen

In de top-3 van strafbare feiten die leiden tot supersnelrecht staat diefstal op de eerste plaats, gevolgd door het bezit van valse paspoorten en terugkeer na uitzetting als vreemdeling.

Bij supersnelrechtzaken voor diefstal gaat het volgens het Openbaar Ministerie in toenemende mate om Oost-Europeanen zonder vaste woon- of verblijfplaats. Die worden vaak via supersnelrecht vervolgd om te voorkomen dat ze verdwijnen als ze in afwachting van hun proces moeten worden vrijgelaten.