'We waren ten dode opgeschreven'

"Ik zie de ouders nog voor me. Ze konden alleen maar wachten tot hun kinderen stierven." 

Abdul Mohsen Al Shalabi (27) uit Syrië stak vorig jaar de Middellandse Zee over in een vluchtelingenbootje. Hij zag de dood in de ogen. In tegenstelling tot veel anderen die dit wagen, overleefde Abdul de barre reis. 

Het begin was meteen al hachelijk, zegt hij. "Je moet eerst een eind door het water waden om in de boot te komen. Het water kwam tot hier", waarbij hij naar de bovenkant van zijn borstkas wijst.

Huilen

Abdul werkte vroeger als irrigatiespecialist voor het ministerie van Landbouw in Damascus en wilde naar Nederland, het land van "bloemen en ultieme vrijheid". Hij vond een mensensmokkelaar die hem wel naar Italië wilde brengen. 

De zeereis, die acht dagen zou duren, begon in Egypte. Het vaartuig was afgeladen. "Er waren zo'n 600 mensen aan boord, terwijl het bootje maar 12 meter lang was. Eerst was er eten en drinken, maar na drie dagen was het op. Ik heb zeewater gedronken, wat was dat zout."

Abdul was bang en verloor alle hoop, net als zijn mede-vluchtelingen. "We gingen ervan uit dat we het niet zouden overleven. Sommigen begonnen te huilen en te bidden. 'Alstublieft God, het spijt ons, vergeef ons, red ons.' Er was alleen maar lucht en zee, je bent ten dode opgeschreven."

Geluk 

Abdul huilde zelf ook en dacht aan zijn ouders. "Kon ik ze nog maar een keer bellen om te vragen of ze me konden vergeven." 

De Syrische vluchteling werd gered door de Italiaanse marine. "Ik heb ongelooflijk veel geluk gehad", zegt hij in het asielzoekerscentrum in Eindhoven. 

Hij is blij met zijn verblijfsvergunning voor 5 jaar. "Maar ik adviseer iedereen die de oversteek ook wil maken: doe dit niet."

STER reclame