Minister Asscher ANP

Minister Asscher vindt dat er in Nederland veel stille discriminatie en zwijgende segregatie bestaat. In de Martin Luther King-lezing in Den Haag zei hij dat vrouwen in reclames en op foto's in tijdschriften bijna allemaal wit zijn, net als journalisten en docenten.

Volgens de vice-premier word je in Nederland te vaak als onderdeel van een groep gezien en niet als zelfstandig individu. Asscher zei dat de verschillen op de arbeidsmarkt tussen autochtonen en migranten groter worden. Volgens hem is een jaar na afstuderen tien procent van de jongeren met een migrantenachtergrond op zoek naar een baan en geldt dat maar voor drie procent van hun autochtone leeftijdsgenoten. Hij vindt dat "ronduit schrijnend voor hoger opgeleiden". 

Naming en shaming

Asscher herhaalde dat bedrijven die discrimineren bij naam en toenaam worden genoemd, naming en shaming dus. Als een bedrijf discrimineert, beëindigt de overheid het contract met dat bedrijf.

Hij benadrukte het belang van een goed diversiteitsbeleid van werkgevers. "Dat is goed voor een bedrijf en noodzakelijk voor de jongeren die zo moeilijk een voet over de drempel krijgen."

Gedachtengoed King

Asscher riep iedereen op te vechten tegen uitsluiting. Hij zei dat dat best met een flinke dosis ongeduld mag en dat we dat aan Martin Luther King verschuldigd zijn. 

De Martin Luther King-lezing wordt elk jaar gehouden. De lezing is bedoeld om het gedachtengoed van de in 1968 vermoorde strijder voor gelijke rechten in de aandacht te houden. Eerdere sprekers waren onder anderen oud-premier Balkenende, de Amerikaanse politicus Jesse Jackson en de Zuid-Afrikaanse bisschop Tutu.

Martin Luther King tijdens de Mars naar Washington (1963) EPA

STER reclame