Miles Davis geportretteerd door Anton Corbijn Anton Corbijn

In Den Haag is er opvallend weinig afstand tussen Pete Townshend in zwart leren jack, gezeten in een Londense taxi en Ai Wei Wei, spiernaakt in Peking. Tijdsverschil genoeg tussen de rocklegende van The Who en de opstandige Chinese kunstenaar, maar ook een belangrijke overeenkomst: ze zijn allebei geportretteerd door Anton Corbijn, fotografisch reiziger in harde, eerlijke verstilling. 

In de residentie beginnen twee naburige exposities over het bonte werk van de wereldberoemde fotograaf en filmer, ter gelegenheid van zijn 60ste verjaardag.

'Heb me nooit thuis gevoeld in de glamourwereld'

Anton Corbijn ANP

Gruizig, grofkorrelig, broeierig, met veel contrast van zwart en wit. Het is het kenmerk van de portretten van Anton Corbijn. Hij begon als zovelen, vlak voor een podium: foto’s schieten van popconcerten. Zoals die van Herman Brood, één van zijn eerste vrienden in de rock. Maar de ambities gingen verder. De energie en de vleugels van de muziek droegen de domineeszoon binnen enkele jaren de wereld over, steeds weer op zoek naar het beste beeld achter de popsterren, wars van glamour. 

Met zijn camera nam hij altijd oprechte interesse mee. Hij raakte bevriend met Bono, met Tom Waits, Courtney Love, Keith Richards en vele andere bekenden wereldsterren. Corbijn was one of the guys. Hij gebruikte zijn camera om verstilde muziek te maken, steeds weer. Zijn foto’s werden wereldhits, haalden de cover van Rolling Stone. Hij maakte platenhoezen en clips. De ontwikkeling stopte nooit.

Zijn totale werk is in twee delen te zien in Den Haag. 

Het Gemeentemuseum toont een totaaloverzicht: Corbijn’s ontwikkeling in vier decennia. 

In het Fotomuseum zijn heel specifieke reeksen te zien, vaak met nooit eerder getoonde foto’s. U2, Depeche Mode, Johnny Rotten, Tom Waits, The Rolling Stones, REM. Het zijn foto’s van naast de podia. Stuk voor stuk bewijzen van Corbijns unieke passie voor de muziek, zijn banden met de bands en de zoektocht naar de mensen achter de performers.

Hij heeft zichzelf de kunst geleerd door te kijken naar het werk van voorbeelden als Ed van der Elsken en Robert Frank. Het is te zien, te voelen, te beleven bij de wandeling over de tentoonstellingen in Den Haag. Kijk naar de foto’s van Sting, Allen Ginsberg, Kim Wilde, Patti Smith, de late Frank Sinatra. Het is alsof hij ze toevallig heeft ontmoet, als simpele mensen, in kale kamers, of op straten zonder namen.

Je moet heel veel aandacht geven aan je onderwerp. Dat moet heel duidelijk zijn, naast je eigen manier van kijken en dat het iets nieuws is. Zo’n foto moet bijdragen tot verdieping.

Anton Corbijn

Corbijn heeft een weerzin gekregen tegen het stempel popfotograaf. Als filmregisseur heeft hij er al genoeg afstand van genomen. In de laatste jaren heeft hij zich toegelegd op het portretteren van kunstschilders. "Amateurwerk" noemt hij het, achteloos. Hij had naam genoeg om binnen te komen bij de onbenaderbare Lucian Freud. En hij vloog naar Peking om Ai Wei Wei in luttele minuten te verstillen als een krachtige, naakte boeddha. Het is onderdeel van alles: elke foto is een reis.

Zijn al die fenomenen samen geen zelfportretten van de fotograaf? Anton Corbijn: "Ik denk dat alle fotografen die ik belangrijk vind iets van zichzelf in de foto meenemen. Het moet niet overheersend zijn. Je moet heel veel aandacht geven aan je onderwerp. Zo’n foto moet bijdragen tot verdieping."

STER reclame