Het warenhuis is al jaren verliesgevend ANP

V&D is de laatste jaren vooral in het nieuws als voorbeeld van een bedrijf dat het maar niet lukt om weer succesvol te worden. Hoe anders was dat aan het eind van de vorige eeuw. 

Het warenhuisconcern heeft zijn wortels in Amsterdam. Willem Vroom (1850-1925) heeft daar een winkel waar hij stoffen en kleding verkoopt. Ook de van oorsprong Duitse Anton Dreesmann (1854-1934) drijft in de hoofdstad een winkel in manufacturen. De twee middenstanders, allebei goed katholiek, besluiten samen te gaan werken. Aanvankelijk doen ze alleen de inkoop van hun winkels samen, later breiden ze de samenwerking uit. 

In 1887 richten ze Vroom & Dreesmann op. Aan de Weesperstraat in Amsterdam komt hun eerste winkel. Daar hanteren ze dezelfde formule als eerder in hun eigen winkels: vaste en lage prijzen tegen contante betaling. Vaste prijzen zijn in die dagen nog geen gemeengoed. Mensen zijn gewend dat ze altijd korting kunnen krijgen. 

De heren Vroom en Dreesmann zijn inmiddels ook familie geworden. Vroom is getrouwd met een zus van de vrouw van Dreesmann. De winkel in Amsterdam is een succes. Nog voor 1900 openen de mannen filialen in Rotterdam, Den Haag, Nijmegen, Arnhem, Haarlem en Utrecht.  

Zelf verhuizen ze met hun gezinnen naar Amsterdamse grachtenpanden. Vroom & Dreesmann wordt een echt familiebedrijf. In de filialen krijgen mannelijke familieleden, die in eigen huis het vak hebben geleerd, de leiding. Met aandelen worden ze aan het bedrijf gebonden. Als de grondleggers van het bedrijf overlijden, komen hun nazaten aan het roer. 

Het is ook een echt katholiek bedrijf. Veel personeelsleden zijn rooms-katholiek. Op roomse feestdagen zijn de winkels altijd dicht en van koopzondagen moeten de families niets hebben. 

Huurlasten

V&D groeit en groeit, maar aan het eind van de vorige eeuw komt de winkelketen in de problemen. Er wordt minder verkocht en na jaren waarin er alleen maar filialen bij kwamen, zijn er ook sluitingen. Ondanks herstructureringen en nieuwe formules lukt het maar niet om de weg omhoog weer te vinden. 

Het concern richt zich op wat in retailkringen het middensegment heet, maar slaagt daar steeds minder in. Het bedrijf zucht onder hoge huurlasten van de vaak grote panden op de beste locaties in de binnensteden. Daarnaast heeft het ook last van de opkomst van internetwinkels. In 2008 wordt V&D zelf ook actief op internet, maar de winkels blijven toch veruit het belangrijkst.

De restaurantformule La Place ANP

Op dit moment zijn er 63 filialen, zo'n 10.000 personeelsleden en 10 miljoen bezoekers per jaar. Het bedrijf, dat geen Vroom & Dreesmann meer heet maar alleen nog V&D, hanteert de shop-in-shopformule. Onder meer Dixons, Mexx, Hunkemöller en Ici Paris XL verkopen hun spullen in de V&D-warenhuizen. Ook is er een restaurantformule, La Place.

De structuur van het bedrijf verandert in de loop der jaren. Vendex, het concern waarin de warenhuizen zijn ondergebracht, neemt in 1999 KBB (De Bijenkorf en Hema) over. Er worden tal van grote ketens aan het concern toegevoegd, maar in de jaren daarna worden die ook bijna allemaal weer van de hand gedaan.  In 2004 wordt het concern door twee investeringsmaatschappijen van de beurs gehaald. 

De schoolcampus van het warenhuis ANP

De V&D-winkels komen in handen van Maxeda, een detailhandelsbedrijf waar onder meer de Praxis-winkels bij horen. De investeerders achter Maxeda verkopen V&D in 2010 aan Sun European Partners. 

Ook onder de nieuwe  eigenaar lukt het niet om de weg omhoog te vinden. De winkels blijven verliesgevend en komen in acute geldnood.Vorige maand werd bekend dat V&D van het personeel een loonoffer vraagt van zes procent. Ook wil het concern af  van de hoge huren, wat leidt tot ene conflict met de eigenaren van de vastgoedpanden. 

STER reclame