Niki Wories -

In de ijshockeyhal van De Uithof gaan zes kunstschaatssters kriskras door elkaar over het ijs, terwijl ze de ene sprong na de andere pirouette uitvoeren. Door de boxen klinkt de klassieke muziek van Het Zwanenmeer.

De klanken van Tsjaikovski’s werk worden echter overstemd door een luide vrouwenstem. Het is de Canadese toptrainster Manon Pérron, die in Nederland een clinic geeft aan 's lands grootste kunstrijdtalenten van dit moment. “Go for a real double now… And push!"

De talenten nemen de instructies van Pérron gretig in zich op. Ook het 18-jarige meisje met de lange paardenstaart, het ranke lijf en de blosjes op de wangen. Niki Wories is haar naam. Zij vertegenwoordigt Nederland vanaf 26 januari op de EK kunstrijden in Stockholm. “En dat is echt super”, straalt ze.

Progressie

Dat ze talent had, was genoegzaam bekend. Maar het afgelopen jaar heeft Wories opmerkelijk veel progressie geboekt. Eindelijk slaagt ze erin haar kwaliteiten ook te vertalen naar wedstrijdprestaties. Een mentaal verhaal.

"Ze is veel zekerder geworden”, vertelt Joan Haanappel, die met haar Stichting Kunstrijden Nederland tracht de Almeerse te helpen in haar ontwikkeling. “Ze probeerde al langer hele moeilijke drievoudige sprongen, maar die gingen dan te hooi en te gras.” Inmiddels heeft Wories meer geloof in eigen kunnen. “Nog steeds niet genoeg”, vindt ze zelf. “Maar het komt met stapjes.”

Daar komt bij dat Wories ook het plezier in haar sport heeft hervonden. Twee jaar geleden stond ze nog op het punt haar carrière te beëindigen. “Ik vond het niet meer leuk, had geen motivatie meer”.

Spons

Een terugkeer naar haar oude club in Dordrecht en trainer Astrid Tammeling bleek de oplossing. Zeker in combinatie met de clinics die Wories krijgt van Manon Pérron. “Ik leer zo veel van haar, alle aanwijzingen wil ik opzuigen als een spons en allemaal gebruiken.”

Pérron, door de wol geverfd als kunstrijdtrainer, constateert dat Wories de knop heeft omgezet. “Ze traint nu heel intens, ze heeft de regie over haar carrière genomen. Ze weet dat prestaties niet voortkomen uit geluk, maar uit hard werken.”

Een sportieve rijdster. Zo omschrijft Wories zichzelf. Waarmee ze vooral wil aangeven dat ze van nature niet voldoet aan het klassieke plaatje van de sierlijke schaatsster. “Ik ben niet zo’n ballerina op het ijs. Terwijl veel juryleden daar wel van houden. Dus voor mij is dat niet altijd een voordeel.”

Zeker omdat het lastig is om van ‘sportieve rijdster’ alsnog een ballerina te maken. “Je hebt nu eenmaal een eigen stijl. Maar er zijn wel dingen die je kunt aanleren. Netjes schaatsen, weten waar je je arm moet uitstrekken, dat kun je allemaal leren.”

Focussen

Op de komende EK in Stockholm ziet Haanappel kansen voor de jongeling om door te dringen tot het finalenummer, de lange kür. Bij de korte kür moet ze dan bij de beste 24 schaatssters eindigen. “Als zij de korte kür rijdt met een drievoudige Flip en een drievoudige Lutz en ze landt goed, moet ze het halen.”

Zelf heeft Wories zichzelf één opdracht meegegeven: ze moet focussen op zichzelf. En dat is al moeilijk genoeg. “Er doen daar zo veel goede rijders mee. Maar ik probeer het beste eruit te halen.”

Strenge oefenmeester

Aan de rand van het Haagse kunstijs toont trainster Manon Pérron zich een strenge oefenmeester. “I cannot say good”, roept ze nadat een van de talenten een sprong heeft getoond. Het meisje moet het opnieuw doen. “This one is okay, but just okay…”. Weer opnieuw. En dan, na nog een reeks herkansingen, is madame Pérron tevreden: “Yes, this one was the best!”

Wories heeft plezier weer terug

STER reclame