De aanslag in Parijs maakt diepe indruk op Nederlandse scholieren, maar leidt niet tot grote tegenstellingen Reuters

De sfeer op Nederlandse scholen is meer ontspannen dan na de moord op Theo van Gogh, zeggen docenten. De terreuraanslagen in Parijs hebben op veruit de meeste Nederlandse scholen niet geleid tot grotere spanningen tussen moslims en niet-moslims. Anders dan tien jaar geleden heerst het gevoel dat “de moslims er gewoon bij horen”.

Een 24-jarige docente op een niet nader aangeduide school in de Randstad vertelde gisteren in een blog dat de islamitische leerlingen in een vmbo-2 klas enthousiast reageerden op de aanslagen in Parijs. Het lijkt er echter op dat dit soort reacties uitzonderlijk is.

Zowel op witte als op gemengde scholen wordt veel gematigder gereageerd, zeggen leraren op scholen in Almere, Amersfoort, Den Haag en Helmond. “De leerlingen staan veel minder scherp tegenover elkaar dan de politici in de Tweede Kamer”, zegt een van hen.

Wij-zij

De docenten vertellen dat het onderwerp onder leerlingen erg leeft en dat ze er graag over willen praten. Het leidt volgens hen niet tot sterke wij-zij-gevoelens. Zowel islamitische als niet-islamitische leerlingen denken dat de terreurdaden niets met de islam te maken hebben. “Het wordt niet ervaren als een culturele botsing tussen de islam en het Westen, maar als een politieke daad gericht tegen de democratie”, zegt een leraar.

Voorzitter Ton van der Schans van de Vereniging van Geschiedenisleraren in Nederland (VGN), noemt de stemming in de klassen “vastberaden en eensgezind”. ”Moslims horen er meer bij dan tien jaar geleden”, zegt hij.

Van der Schans geeft les op een reformatorische HBO-school, maar hij hoort hetzelfde van al zijn collega’s in het VGN-bestuur. Sommige leerlingen zeggen dat het geweld uit de islam voortkomt, maar dat geluid is zeker niet dominant, aldus Van der Schans. “Daarbij helpt het dat ook veel moslims afstand nemen van de terreurdaden, burgemeester Aboutaleb van Rotterdam voorop."

Gematigd

Ook Hans Teunissen, voorzitter van de Vereniging van Maatschappijleraren, constateert dat de aanslagen niet tot grote tegenstellingen leiden. Hij is zelf docent op een brede scholengemeenschap met een sterk gemengde leerlingenpopulatie in Breda.

Teunissen noemt de sfeer ook op zijn school gematigd. Er kan goed over worden gediscussieerd. Alle collega’s vinden het volgens hem belangrijk dat er op school discussie plaatsvindt, maar vooral ook dat de leerlingen op de hoogte worden gebracht van de feiten en achtergronden.

Volgens hem moeten docenten leerlingen helpen “het vraagstuk in kaart te brengen”. “Je moet eerst de feiten kennen: wat is er gebeurd, wat zijn de achtergronden, vanuit welke invalshoeken kun je het bekijken." Het onderwerp past goed in de discussie over de rechtsstaat, vindt hij.

Geen flauw benul

Een collega op een witte school uit Breukelen benadrukt dat leerlingen erg weinig weten van de achtergronden. Maatschappijleraar Gerard Ruijs constateert dat ook zijn leerlingen in 4 en 5 VWO nauwelijks iets weten van het Midden-Oosten. “Ze hebben geen flauw benul van de geschiedenis in het Midden-Oosten, de strijd tussen soennieten en sjiieten in verschillende landen of de rol van de VS en andere westerse landen."

Ruijs vindt dat het Nederlandse onderwijs op dit punt tekortschiet. Hij pleit voor het opnemen van meer 'nieuwste geschiedenis' in het programma, waaronder de geschiedenis van het Midden-Oosten en verschillende perspectieven daarbij.

Actualiteit

Toch zijn er volgens VGN-voorzitter Van der Schans genoeg mogelijkheden om het aan de orde te laten komen. “Je moet sowieso altijd proberen de actualiteit vanuit het verleden duidelijker te maken."

Hijzelf stelt het verschil tussen het Midden-Oosten en West-Europa bijvoorbeeld aan de orde bij thema’s die wel verplicht zijn, zoals de Verlichting en bij de geschiedenis van de rechtsstaat en democratie. “Het Midden-Oosten heeft de Verlichting niet doorgemaakt, dat verklaart een heleboel."

STER reclame