'Vesalius was belangrijker dan Copernicus'

Vesalius aan het werk Saint Louis University
Geschreven door
Lambert Teuwissen
Redacteur

De menselijke kaak bestaat uit twee delen. Het opperarmbeen is het op een na langste bot van het lichaam. Het borstbeen bestaat uit zeven stukken. Mannen hebben meer tanden dan vrouwen. Allemaal makkelijk aantoonbare onzin, die eeuwenlang werd geloofd omdat de Romeinse arts Galenus het zo had beschreven.

Vandaag precies 500 jaar geleden werd in Brussel de man geboren die zou afrekenen met Galenus en daarmee het tijdperk van de moderne geneeskunde inluidde. Andries van Wesel, beter bekend onder zijn Latijnse naam Vesalius.

"Ik denk dat hij belangrijker was dan Copernicus", zegt wetenschapshistoricus Geert Vanpaemel, die een tentoonstelling over Vesalius samenstelde in Leuven, de stad waar Vesalius studeerde. "Copernicus' werk over het wereldbeeld [dat de aarde niet centrum van het heelal was - red.] kwam pas veel later, met Galileo, in de belangstelling. Vesalius heeft heel direct een revolutie veroorzaakt. Hij is meteen als symbool ervaren."

Ik denk dat Vesalius belangrijker was dan Copernicus.

Geert Vanpaemel

Artsen vóór Vesalius hadden nauwelijks onderzoek gedaan op dode lichamen van mensen. Er werden wel dissecties uitgevoerd, maar die waren puur bedoeld ter illustratie van het werk van Galenus tijdens colleges. Discrepanties tussen de tekst en wat daadwerkelijk te zien was, werden afgedaan als gezichtsbedrog.

"Mensen waren ervan overtuigd dat wat er in die eeuwenoude boeken stond wel goed moest zijn, want het had de tand des tijds overleefd. Mensen dachten dat hoe ouder een boek was, hoe meer waarheid het bevatte en dus beter was."

Vesalius veroorzaakte een revolutie door zelf lichamen te gaan ontleden. En al snel kwam hij erachter dat de teksten van Galenus helemaal niet klopten. Waarschijnlijk had de Romein nooit een menselijk lichaam mogen ontleden en zijn conclusies getrokken na werk op apen en ossen. Op tweehonderd punten bracht Vesalius verbeteringen aan.

Men keek in die tijd heel erg naar de organen, hart, longen, nieren. Maar Vesalius had meer aandacht voor de bloedvaten, zenuwen, spieren.

Geert Vanpaemel

In 1543, op zijn 28ste, publiceerde Vesalius het boek De humani corporis fabrica libri septem (zeven boeken over de bouw van het menselijk lichaam), waarin hij stap voor stap de menselijk anatomie beschreef.

"Vanaf dat moment zijn we heel anders omgegaan met ons lichaam", zegt Vanpaemel. "Men keek in die tijd naar de organen, hart, longen, nieren. Dat waren de plaatsen waar je ziek kon worden. Maar Vesalius had meer aandacht voor de bloedvaten, zenuwen, spieren. Dat is een heel andere benadering. Bloedvaten zijn een essentieel onderdeel van de werking van ons lichaam, maar meestal keek men daar gewoon niet naar, omdat het moeilijk is die goed uit het lichaam te halen."

Vesalius gebruikte in het boek prachtige houtsnedes om de tekst te verduidelijken. Skeletten en spiermannen in poses die hij overnam uit de klassieke Griekse beeldhouwkunst, die rond die tijd werd herontdekt. "Die afbeeldingen hebben een geweldige impact gehad. Ze werden niet alleen honderden jaren lang gebruikt in academies, maar doken ook op in kunstwerken. Het was een beeldentaal die wijdverspreid is geworden."

Hofarts

"De Fabrica was een prachtig boek, iedereen wilde het hebben. Er waren wel mensen die vonden dat hij te ver was gegaan, dat hij dingen had gedaan die je uit eerbied niet mag doen bij oude autoriteiten, zeker niet als jonge twintiger. Maar over het algemeen was de receptie positief en had men het gevoel dat dit de nieuwe weg was in de geneeskunde."

De bijdrage van Vesalius zelf aan dat nieuwe discours bleef overigens beperkt: hij ging aan de slag als hofarts van keizer Karel V en liet het onderzoek aan anderen. "Vesalius had niet de ambitie om academicus te worden. Hij heeft het niet gemist. Hij had een lucratieve carrière aan het hof en dat was het soort baan dat hij wilde."

STER Reclame