Voorbeeld van antropometrische fotografie uit Azië Teylers Museum

Door redacteur Lambert Teuwissen

Vol goede moed trokken fysisch antropologen eind 19de eeuw de wereld in. Gewapend met craniometer, krompasser en huidskleurenwaaier zouden ze de mens met objectieve metingen proberen te classificeren, van Urker vissers en Italiaanse criminelen tot de inwoners van Papoea-Nieuw-Guinee en donker Afrika. "Dit was gevaarlijk werk", zegt Bert Sliggers van het Teylers Museum in Haarlem. "Slangenbeten, malaria, opgegeten worden door grote dieren, er kon van alles misgaan."

Het Teylers Museum toont vanaf vandaag het resultaat van al dat noeste mensen meten: dodenmaskers van onthoofde misdadigers, opvallende schedels en foto's van inboorlingen. De tentoonstelling Op het eerste gezicht laat zien wat men dacht dat het uiterlijk vertelde over het innerlijk. Bijvoorbeeld dat het blanke ras superieur was of dat misdadigers crimineel werden geboren.

Het mildste vonnis is dat al die arbeid tegenwoordig niets meer is dan een wetenschappelijk curiosum, een afgesloten hoofdstuk. Wie harder oordeelt ziet hoe het werk rechtstreeks leidde tot rassendiscriminatie, eugenetica en uiteindelijk de Holocaust. Duidelijk is in ieder geval dat je sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer onbevangen kan kijken naar deze 'wetenschap'.

Hokjesdenken

Sliggers zegt dat de vooroordelen die ten grondslag liggen aan het onderzoek diep geworteld zijn in de mens. "Ze kunnen handig zijn. Als je in de jungle loopt en er komt een groot, grommend dier op je af, dan is het het beste te vluchten en niet proberen het te determineren. Zelfs als het later een hond blijkt te zijn."

Waar het fout ging, is dat de wetenschappers probeerden hun vooroordelen te legitimeren met de gegevens. "Het maakt niet uit dat je hokjes gebruikt, maar je moet wel oppassen hoe je die hokjes inkleurt."

Het onderzoek leverde een wetenschappelijk vijgenblad voor westerse vooroordelen en stereotypen. "Dat de andere rassen als primitief konden neergezet, kwam in de tijd van kolonisatie goed uit. Het Westen kon zichzelf als grote volksopvoeder neerzetten, die hen kwamen kleden en opleiden."

Vergeefs

Terugkijkend is het een wonder dat het onderzoek zo lang doorging. Miljoenen mensen werden gemeten. Hoofdbreedte, neushoogte, lichaamslengte, tabel na tabel. Maar nooit werd het echte oertype van een ras gevonden. In de Italiaanse gevangenissen zocht Lombroso vergeefs naar het perfecte voorbeeld van zijn 'geboren crimineel', in Azië werd geen Papoea gevonden die aan alle opgestelde kenmerken voldeed.

"Ik ken een brief van een Belg die op onderzoek in de Congo schreef of hij niet terug mocht komen, omdat hij geen Congolezen kon vinden die er wezenlijk anders uitzagen dan Vlamingen", zegt Sliggers.

Ook over het aantal rassen er dan wereldwijd zou zijn, werd geruzied. De een hield het op vier (wit, rood, geel en zwart), een ander zag er maar liefst 34.

Het Westen kon zichzelf als grote volksopvoeder neerzetten.

Bert Sliggers

Salonfähig

Doodsteek voor het vak waren de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog. Niet alleen voerden de nazi's hun rassenleer door tot in zijn gruwelijke consequenties, ze toonden ook de onhoudbare willekeur van het systeem aan. Na 1945 was daardoor alles wat neigde naar lichamelijk determinisme suspect.

Tegenwoordig wordt het weer salonfähig om de invloed van het lichaam op het gedrag te onderzoeken, zoals met moderne DNA-technieken. Sliggers geeft als voorbeeld de geprononceerde wenkbrauwboog, die Lombroso associeerde met misdadig gedrag. "Tegenwoordig weten we dat dat wordt veroorzaakt door een teveel aan testosteron tijdens de zwangerschap, wat ook een aanleg tot gewelddadigheid met zich kan meebrengen."

Het verschil met vroeger is dat we nu geen algemene conclusies verbinden aan die vaststelling. "Niet iedereen met zo'n boog zal crimineel gedrag vertonen. Je moet altijd uitkijken dat je niet doorschiet." 

STER reclame