Subsidies houden schaatsbanen op de been

1/3De schaatsbaan in Breda Kunstijsbaan Breda
2/3In de zomer wordt er gespeeld op de ijsbaan Kunstijsbaan Breda
3/3Skelters in plaats van schaatsers Kunstijsbaan Breda

Kunstijsbanen blijven vooral overeind dankzij de miljoenen euro's aan subsidie die ze jaarlijks van gemeenten krijgen. Zonder die steun zou een groot deel van de zestien 400-meterbanen in Nederland failliet gaan, blijkt uit een inventarisatie van de NOS aan het begin van het schaatsseizoen.

"Een ijsbaan exploiteren kost gewoon heel veel geld", zegt Marlin de Swart van de kunstijsbaan in Breda. Een ijsbaan winstgevend maken is volgens haar praktisch onmogelijk.

"Een toegangskaartje bij ons kost nu ongeveer 6 euro, maar dat zou eigenlijk - als je álle kosten eruit wilt halen - 10 tot 15 euro moeten zijn", zegt De Swart. Maar ja, dan krijg je geen bezoekers."

Jan Willem de Langen, manager van de Utrechtse ijsbaan Vechtsebanen, is het met De Swart eens. "IJsbanen zijn op zichzelf nooit rendabel. Exploitanten maken wel winst, maar alleen met hulp van de gemeente."

Uit een onderzoek van het Mulier Instituut uit 2013 bleek dat ook de schaatsbanen die geen jaarlijkse subsidie krijgen, miljoenen euro's overheidsbijdragen ontvangen voor bijvoorbeeld nieuwbouw of verbouwingen. De 13,75 miljoen euro die de IJsbaan Twente kostte, werd bijna volledig met publiek geld betaald.

Energiekosten

Verreweg de grootste kostenpost voor een ijsbaan is energie. Vooral met zacht weer - zoals de afgelopen weken - moeten de ijsmachines hard draaien om een redelijke ijsvloer te produceren. Om die reden ging de Jaap Eden IJsbaan vorige week een paar dagen dicht.

Maar ook onderhoud, huur en personeel kosten de ijsbanen veel geld. Vooral omdat de banen vaak maar beperkt geopend zijn, van begin oktober tot eind maart.

Een ijsbaan ook 's zomers openhouden is geen optie. De Swart: "Dat kost heel veel energie en mensen willen dan wat anders doen: zwemmen, wielrennen. Het hoofd staat dan niet naar schaatsen. Je moet er natuurlijk wel voor in de stemming zijn."

Uitzondering

Maar niet voor alle kunstijsbanen is het kommer en kwel. Een uitzondering op de regel is Breda. De gemeente Breda staat alleen garant voor het onderhoud, voor de rest moet de baan - met 's winters zo'n 200.000 bezoekers - zelf de broek ophouden.

"Dat kan doordat wij onderdeel zijn van Optisport. Wij exploiteren in het land 200 sportaccommodaties. Daardoor kunnen we ook personeel slimmer inzetten. 's Winters hier, en in de zomer assisteren ze bij zwembaden", aldus De Swart.

En in Breda hebben ze sinds afgelopen zomer ook in de maanden juni, juli en augustus een evenement: dan verandert de kunstijsbaan in een grote indoor-speeltuin; met een grote zandbak, skelters en een timmerplein. "Dat was een doorslaand succes afgelopen zomer, dus dat gaan we volgend jaar zeker weer doen. Dat betekent ook 's zomers inkomsten én het bedrijf kan gewoon doordraaien." 

'Veel weersinvloeden op een ijsbaan'

Kunstijsbanen kosten gemeentes jaarlijks miljoenen euro's aan subsidie. Zonder die financiële steun zou een groot deel van de banen failliet gaan. Dat blijkt uit een inventarisatie van de NOS. Economieverslaggever Jeroen Schutijser.