Door redacteur Josephine Truijman

De brugklassers luisteren aandachtig naar docente Anne Marieke de Jong, "This lesson is about cities. What is the name of your city?"

Het is voor de leerlingen de eerste dag op het Anna van Rijn College in Nieuwegein. Ze zitten op het vmbo en volgen leerwegondersteunend onderwijs. Niet alleen in het Nederlands, maar ook in het Engels. De school gaf al tweetalig onderwijs aan de havo en het vwo. En vanaf vandaag dus ook op het vmbo.

Twee jongens, die beide Tarik heten, kunnen de les goed volgen. Maar een beetje spannend vinden ze het wel dat het in het Engels gaat. Ze kennen al best veel woorden, vinden ze zelf, want op de basisschool kregen ze ook Engels. Maar één van de jongens zegt dat hij liever in het Duits zou leren, "Die taal heeft van die grappige woordjes".

Verhouding

Het aantal tweetalige vmbo-instellingen neemt toe. Vorig schooljaar kon je op zes vmbo's les krijgen in Engels en Nederlands, dit jaar zijn dat er zo'n vijftien. En nog eens zo'n aantal scholen is bezig met de voorbereiding op tweetalig vmbo.

Tot nu toe werd tweetalig onderwijs vooral op havo- en vwo-scholen aangeboden. Alles bij elkaar wordt nu op ongeveer 135 scholen tweetalig onderwijs gegeven, in 2000 waren dat er nog maar 26. Daarvan geven twee scholen les in het Duits.

In het tweetalige havo- en vwo-onderwijs moet minstens de helft van de lessen in een vreemde taal zijn. Op de tweetalige vmbo's wordt de verhouding zeventig procent Nederlands en dertig procent Engels.

Niet achteruit

Aan het tweetalig onderwijs op het vmbo zit het nadeel dat de beheersing van het Nederlands daaronder kan lijden.

Die kritiek is niet terecht, zegt Leo van Putten, voorzitter van de werkgroep tweetalig vmbo. "Wij merkten na een aantal Engelstalige projecten dat het Engels beter wordt, en het Nederlands niet achteruit gaat. Kinderen worden juist taliger."

Volgens Van Putten is er veel belangstelling bij scholieren voor het tweetalig onderwijs.

STER reclame