Door verslaggever Pauline Broekema

Restaurateur Zachar Gazanjan heeft de klus van zijn leven. Hij neemt de komende anderhalf jaar met zijn vrouw een schelpenhuis onder handen, uit het einde van de zeventiende eeuw. Op het landgoed Nienoord in het Groningse Leek.

Er zijn er nog vier van in Nederland. Die wonderlijke huisjes, bekleed met schelpen. Het was in het verleden voor de allerrijksten de manier indruk te maken. Je nodigde je gasten uit en liet ze de wanden zien bekleed met schelpen uit alle windstreken. Zoals er vlinders werden verzameld, opgezette vogels en stenen waren er ook liefhebbers van schelpen.

IJskelder

Het schelpenhuisje in Leek werd rond 1685 gebouwd door de graaf van Nienoord. Het deed eeuwen dienst. De familie Van Panhuys bracht aan het einde van de negentiende eeuw wat veranderingen aan. Van Panhuys, burgemeester van Groningen, later commissaris van de koning en vicevoorzitter van de Raad van State, verving de marmeren vloer voor tegels.

Hij plaatste ramen in de wanden en zette middenin de ruimte een biljart. Die biljartkamer werd alleen in de zomer gebruikt. Want in de winter resideerde het gezin in een (nog groter) huis in de stad Groningen. Ook bracht hij banken aan. En koelers voor de flessen wijn.

Het ijs kwam uit de ijskelder van het landgoed. In de winter werd het uit de slotgracht gehaald en bleef in de zwaar geisoleerde kelder tot in augustus goed.

Ongeluk

Maar op woensdagavond 6 november 1907 slaat het noodlot toe. Van Panhuys is met vrouw, zoon, schoondochter en huisknecht onderweg naar zijn landgoed. Op de grens van de stad Groningen en het dorp Hoogkerk raakt het rijtuig in dichte mist van de weg en belandt in het kanaal. Alleen de koetsier brengt het er levend van af.

In zijn boek "De Groningse Geschiedenis in meer dan 100 verhalen" beschrijft historicus Beno Hofman het voorval. En neemt een verslag op uit De Nieuwe Groninger Courant daags na het ongeluk geschreven: "Een talrijke politiemacht was onder leiding van inspecteur Greve op de plaats des onheils, die droefgeestig verlicht werd door toortsen van de Groninger brandweer, aanwezig."

In 1950 koopt de gemeente Leek het landgoed Nienoord van de erfgenamen. Er wordt ondermeer het Nationaal Rijtuigenmuseum ondergebracht.

Slotgracht

Het schelpenhuis is in de loop der eeuwen door vele duizenden mensen bezocht. Die soms het bordje de schelpen niet aan te raken negeerden. Maar ook de tand des tijds sloeg toe.

De restaurateur geeft het wonderlijke huis zijn oude grandeur terug. Zonder dat het monument mooier wordt gemaakt dan het is. "We maken het niet te nieuw", zegt Ben Kooij van de Rijksdienst Cultureel erfgoed.

Dat geldt bijvoorbeeld voor de verweerde beeltenis van een man. Het is een hoofd van hout. Het verhaal wil dat het een eerbetoon betreft. Dat een van de heren van Nienoord van een reis een zwarte slaaf meenam. En dat die zich daarna onsterfelijk maakte door een kind uit de slotgracht te redden.

Schelpen

De gemeente Leek betaalt het leeuwendeel van de restauratie. Leek publiceert binnenkort op hun website een lijst met ontbrekende schelpen. In de hoop die te vinden bij particulieren.

Bij een zeeman bijvoorbeeld, die destijds als aandenken schelpen meenam van zijn reis. Die nu liggen te verstoffen op zolder. En beter af zijn met een nieuw bestaan in het gerestaureerde schelpenhuis op het landgoed Nienoord in Leek.

STER reclame