'Aanpak voor mens gevaarlijke dierziekten moet beter'

Aangepast

Door redacteur gezondheidszorg Rinke van den Brink

Nederland is niet goed voorbereid op de uitbraak van dierziekten die voor mensen gevaarlijk zijn. Daardoor konden epidemieën als de Q-koorts onnodig uit de hand lopen. Dat blijkt uit het rapport Emerging zoönoses: early warning and surveillance in the Netherlands dat vandaag is aangeboden aan demissionair minister Gerda Verburg van Landbouw. Het RIVM coördineert het onderzoeksprogramma Emerging zoönoses.

Lees ook: Dierenarts voorstander betere samenwerking

Verder werken de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, het Centraal Veterinair Instituut (CVI) van Wageningen UR en de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) aan het project mee.

Kenniscentrum

Het RIVM pleit voor een gezamenlijk meldsysteem van de veterinaire sector en de humane gezondheidszorg. Dat moet leiden tot het ontstaan van een kenniscentrum van specialisten uit beide domeinen. Zo moet een veel betere samenwerking van alle betrokkenen mogelijk worden.

Dat is des te belangrijker omdat dierziekten steeds vaker een belangrijke bron zijn voor infectieziekten bij mensen. Als zich een infectieziekte voordoet bij dieren gelden heel andere regels dan wanneer een infectieziekte bij mensen optreedt. Daarom is het ontwikkelen van een gemeenschappelijke aanpak van zoönosen (dierziekten die gevaarlijk zijn voor dier én mens) zo belangrijk.

Duidelijkheid

Tot dusverre ontbreekt een goed systeem voor de opsporing van dierziekten die voor mensen gevaarlijk kunnen zijn. Organisaties op het gebied van volksgezondheid en diergezondheid werken onvoldoende samen. Bovendien werken ze vanuit een heel verschillend kader.

Behalve een gezamenlijk meldingssysteem voor dierziekten die voor de mens gevaarlijk zijn, moet er heldere structuren komen. Er moet precies worden vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk is. Dus, wie moet signalen over dierziekten oppikken, hoe en aan wie moeten ze gemeld worden, wie moet maatregelen nemen, wie neemt de besluiten en wie is verantwoordelijk voor de communicatie. Nu is niet goed duidelijk wie wat moet doen.

Q-koorts

De uitbraak van Q-koorts in ons land is een treffend voorbeeld van de gebrekkige samenwerking tussen de veterinaire sector en de humane gezondheidszorg. Soms strandden pogingen samen te werken op politieke onwil.

Zo dienden de GD, het CVI en het RIVM al in het voorjaar van 2006 een onderzoeksvoorstel in bij het ministerie van Landbouw naar aanleiding van een besmetting van twee bedrijven met Q-koorts in 2005. Destijds waren geen menselijke patiënten bekend gekoppeld aan deze uitbraken. Op dat onderzoeksvoorstel om de diagnostiek van Q-koorts bij mens en dier te verbeteren is nooit een reactie gekomen.

Vijf procent

Al in juli 2007 vroegen de gezondheidsautoriteiten om de adressen van met Q-koorts besmette geitenbedrijven. Die kregen ze pas half december 2009. Privacy van de boeren ging voor op de volksgezondheid.

Boeren hoefden tot in het najaar van 2009 pas melding te maken van een mogelijke Q-koortsbesmetting op hun bedrijf indien vijf procent van alle drachtige dieren binnen een maand aborteerden. Op grote bedrijven leidde dat ertoe dat vele tientallen geiten aborteerden en per geval een miljard Q-koortsbacteriën uitscheidden, zonder dat zo'n bedrijf besmet werd verklaard. Intussen veroorzaakten die bacteriën veel menselijke Q0-koortspatiënten.

Pas op 1 oktober 2009 werd het vijfprocents-criterium, dat in de diergeneeskunde een heel gewoon criterium is, losgelaten. Vanaf dat moment wordt de melk van de geiten- en schapenbedrijven onderzocht op aanwezigheid van de bacterie die Q-koorts veroorzaakt. En steeg het aantal besmette bedrijven met sprongen. Op grond daarvan zijn intussen de drachtige dieren op 89 bedrijven geruimd.

Rangorde

Het rapport Emerging zoönoses bevat een lijst met 86 voor mensen gevaarlijke dierziekten. Daarbij is een rangorde opgesteld van welke ziekten potentieel het gevaarlijkst zijn. Niet alle genoemde ziekten komen al voor in Nederland.

Sommige zoönosen worden overgebracht door vee, andere door huisdieren of exotische dieren die mensen houden, weer andere door muggen en teken.

In de lijst staat ook wat er allemaal nog niet bekend is over de verschillende ziekten en welke maatregelen nodig zijn ter voorbereiding op een mogelijke uitbraak ervan.

Bovenaan de lijst staat het Aziatische vogelgriepvirus, gevolgd door toxoplasma gondii (een door katten overgebrachte ziekte), het Japanse Encephalitus virus (veroorzaakt hersenvliesontsteking en wordt overgebracht door muggen) en als vierde Q-koorts.

Vanavond in NOVA (Nederland 2, 22.45 uur) meer over de aanpak van voor voor mens gevaarlijke dierziekten.

STER Reclame