'Pyongyang!', roepen de Noord-Koreanen

Aangepast

Door correspondent Tim de Wit

Ze waren met ongeveer vijftig. Allemaal hetzelfde rode petje op, hetzelfde rode shirt aan en op de borst een klein speldje met een afbeelding van De Grote Leider: Kim Jong-il.

Na de wedstrijd tussen Noord-Korea en Brazilië was er veel te doen over de groep 'Noord-Koreaanse' fans. Het zou om ingehuurde Chinezen gaan, die in het rood uitgedost het Noord-Koreaanse elftal zouden aanmoedigen.

Ook tegen Portugal duikt de groep weer op, ditmaal in het Greenpoint Stadium van Kaapstad. Aangevoerd door een groepsleider, opvallend genoeg met een oer-Amerikaanse New York Yankees-pet, die voortdurend de rode petjes telt als de groep zich richting het stadion begeeft.

'Airplane'

Op de vraag waar ze vandaan komen antwoorden de mannen in koor: "Pyongyang", de hoofdstad van Noord-Korea. "Airplane, come, Korea", vertelt een man in gebrekkig Engels. Ook op de vraag hoe het met hem gaat, zegt hij "Pyongyang." Alsof dat het enige is wat de mannen mogen zeggen tegen buitenstaanders.

In het stadion zijn de Noord-Koreanen een bezienswaardigheid. Veel Portugese fans willen met ze op de foto. De mannen zingen Koreaanse liederen en wapperen bij elk Noord-Koreaans balcontact uitgebreid met de nationale vlag.

Heimwee

"Wij komen echt uit Noord-Korea. We hebben een Noord-Koreaans paspoort", zegt één van de jongens, die door zijn studie in Japan behoorlijk Engels spreekt. "Het zijn allemaal verhalen en geruchten die over ons in de media zijn verschenen." Maar Noord-Koreanen kunnen toch niet op eigen houtje de wereld over reizen? "Wij zijn hier toch?", antwoordt de jongen, al lijkt het gezelschap door de scherpe controle van de groepsleider weinig bewegingsvrijheid te hebben in Zuid-Afrika deze weken.

Ondanks dat de Portugezen de ene na de andere treffer binnenschieten, blijft het Noord-Koreaanse gezelschap feestvieren en juichen. Zelfs bij een 7-0 achterstand hebben ze het nog naar hun zin. Al geeft één iemand toe dat hij nu een week van huis is en zijn thuisland wel een beetje begint te missen.

STER Reclame