Open brief aan Karl Vannieuwkerke, commentator Sporza.

Beste Karl,

Wat een mooie brief heb je geschreven aan Vinokourov toen hij Luik-Bastenaken-Luik won. Ik houd van je taalgebruik. Hoewel je ex-wielrenners in je brief afschildert als partijdige volgers, die dooddoeners delibereren als "iedereen verdient een tweede kans" en aldus in de bres springen voor dopingzondaars, wil ik hier als voormalig profrenner toch een poging doen je perspectief wat op te rekken. Je beweert namelijk dat Vinokourov moreel verwerpelijk handelt omdat hij op het voor het wielrennen slechtst denkbare moment heeft gezondigd, dat nooit heeft bekend en nu vrolijk meerijdt, zelfs Luik-Bastenaken-Luik wint maar daarmee velen een nare bijsmaak bezorgt. Als het aan jou had gelegen was hij langer dan twee jaar geschorst.

KNWU-officials als Thorwald Veneberg willen in de toekomst zes jaar schorsen, hetgeen neerkomt op de doodstraf van de atleet. En jullie staan niet alleen. Zelfs de voorzitter van onze atletencommissie, Trinko Keen, vindt het een noodzakelijk en klein kwaad om je whereabouts, met een nauwkeurigheid tot op uurniveau, te onderhouden. De geloofwaardigheid van de atleet is inderdaad in het geding en volgens jullie moet die tot elke prijs tot stand gebracht én heroverd worden.

Is het jullie dan helemaal ontgaan dat we een sportwereld gecreëerd hebben waarvan de geloofwaardigheid nog onder het niveau van de katholieke geestelijken of moderne bankiers is komen te liggen? En net nu ik deze woorden opteken komt de UCI met verdachte bloedpaspoorten die hard moeten maken dat Giro-pretendenten als Pellizotti niet in de koers horen. Veertig jaar strijd met juridische en repressieve middelen tegen doping heeft alleen maar een totale afbraak van geloof in sportiviteit en morele zuiverheid van sporters en in het bijzonder de wielrenners tot gevolg gehad.

Hoe kan dat tegengestelde effect, onbedoeld dat wel, toch zo hardnekkig blijven optreden? Als je die vraag verkent is Vinokourov een prachtige case; ga even mee terug naar 2007 (de Tour van Rasmussen) toen Vinokourov aan het hoofd van de Kazachse troepen van Astana naar Frankrijk kwam om de Tour te winnen. Ik heb foto's van hem gezien waarin hij in een soort uniform met onderscheidingstekens het parlement toespreekt. Achter hem staat de Kazachse minister-president en Vinokourov zweert: "Ik win de Tour voor jullie". Maar Vino valt in het begin van de Tour. Met twee gaten in zijn knieën staart hij naar de kniepezen die eruit te voorschijn komen. Hij kan het klassement vergeten, maar met 32 hechtingen rijdt hij door en wint een bergrit plus tijdrit, ondertussen gevolgd door zijn minister-president in de volgauto. Dan wordt hij betrapt op een verboden bloedtransfusie. Hij wordt uit de Tour gesmeten, de vele bewonderaars van zijn staalhardheid in wanhoop achterlatend.

Zo moeilijk is het niet om in te zien dat Vinokourov een pion in een spel is. Geen onschuldige pion, maar een pion die met steun van anderen de top probeert te bereiken in ruil voor hun eigen zaak. Met de high tech-methoden van tegenwoordig is het onmogelijk dat de renner alléén handelt. Hij is verantwoordelijk (dat zeker), maar we halen alleen hem uit het systeem, schorsen hem, soms zelfs onterecht. Ondertussen de machine intact latend die de volgende renner alweer klaarstoomt en in een niet aflatende stroom over ons uitstort. Dan is het ook logisch dat het publiek denkt dat alle renners wel moéten gebruiken; we hebben ze alleen nog niet allemaal kunnen betrappen.

Niets is zo goed voor vertrouwen en geloofwaardigheid als feiten: maar bij de repressieve aanpak in de sport zetten we 2000 jaar beschaving overboord. In een beschaafde wereld krijg je een proces; dat wil zeggen een rechtsgang waarin vragen beantwoord worden: wat zijn de motieven van alle in het spel betrokkenen, wat zijn de feiten, wie heeft het spul geleverd, wie heeft het toegediend, hoe kwam ie op het idee, wie was de kapitein op dit schip? Een onafhankelijke rechter weegt al deze antwoorden en velt een vonnis. Dat heet beschaving en het levert iets op: vertrouwen. Van de mensen die kijken, de andere renners, de mensen die ook renner willen worden.

Grenzen verleggen is de essentie van topsport en daar is ook de bewondering van het publiek op gebaseerd. Toch binnen de grens blijven van wat wij menselijk, sportief en zelfs gezond vinden is een moreel vraagstuk dat binnen de wielerwereld elke dag weer opgelost moet worden: 'is dit eerlijk?', en: 'zou ik dit mijn kinderen ook laten doen?' Het zijn vragen die bij die afweging horen en die verder gaan dan alleen drugsgebruik. Juist omdat we die afweging achteraf controleren met het opsporen van nanogrammen en bij betrappen niets van de dynamiek blootleggen, maar de sportieve doodstraf opleggen is het logische gevolg dat de mensen die zich sportief zouden moeten gedragen zich bij die afweging slechts beperken tot de vraag of ze er gedonder mee kunnen krijgen. Ze doen het af met: "ik ben gecontroleerd en er is niets gevonden", of "het hoort bij het wielrennen dat er vijf concurrerende ploegen samenspannen om een massasprint te bewerkstelligen". Het middel van repressie past dus niet bij de kwaal van de verdorven moraal. Door alleen te controleren en te straffen, niet verder te kijken naar de menselijke maat, er geen dialoog over te voeren met alle betrokkenen, houdt de wielerwereld het onsportieve onethische gedrag in stand.

Ik hoop niet dat mijn kinderen zich aan dezelfde zaken zullen zondig maken of zich in dezelfde schimmige wereld zullen begeven als Vinokourov. Begrijpen (niet goedkeuren) wat daar speelt is de enige bron van waaruit werkende oplossingen voortkomen. Wil je beweging krijgen dan moet je op een andere manier naar het vraagstuk van de doping gaan kijken. Omdenken van proberen te betrappen naar proberen te leiden. Dat ziet er zo op het oog zeer simpel uit: men neme een onafhankelijke koers-arts, een die niet betaald wordt door de ploegen of de organisatoren, en deze bepaalt of het een renner toevertrouwd is een koers te rijden.

Daarbij baseert hij zich op het bloedpaspoort waaraan hij kan zien of er een afwijking is van het normaal profiel. Als dat zo is sluit hij de renner uit. Net als een arts in de boksring: "No box". De bokser in kwestie - met bloedende wenkbrauw - wil zo'n arts meteen te lijf, maar sindsdien vallen er geen boksdoden meer. Het is ook niet nodig strafrechtelijk te gaan vervolgen; het gaat immers om het voorkomen van ongezonde toestanden.

Dat heet leidinggeven aan het moeilijke proces waarmee een topprestatie tot stand komt. Dat is een omdenking en tegengesteld aan 'koste wat kost aan de schandpaal nagelen'. Toen Riis zijn renners door de grote dopingjager Damsgaard liet controleren, zodat hij ze op basis van het bloedprofiel uit koers kon houden en zo louter capabele renners die de ploeg niet in diskrediet zouden brengen kon opstellen, ontstond er een stor aan de protesten: Riis ontnam de jagers de kans zijn renners te betrappen. Dat is oneerlijk. Geniale redenering. Zorg je voor zuivere sport door ongezonde, overtrainde en eventueel dopinggebruikende sporters niet te laten meedoen, wil de concurrentie juist dat ze wél meedoen zodat je ze kunt betrappen. Voor die gedachte moeten we leren een ander perspectief te kiezen.

Als mensen als jij, Veneberg en Keen in de begintijd van de dopingbestrijding hadden geleefd dan hadden jullie Anquetil zijn vijf Tour-overwinningen afgepakt omdat hij weigerde dopingcontroles te ondergaan! En dan was Coppi een charlatan omdat hij op de radio vertelde over zijn amfetaminengebruik! De renner kent maar één versnelling: ik los alles op wat ik onderweg tegenkom, menselijke maatstaven, fatsoen of wat dan ook, komen pas aan bod als die het winnen niet in de weg staan. Dat is de kracht en dus ook tegelijk de zwakte van de sport.

Omdenken is inzien dat sporters mensen zijn met alles erop en eraan. Daar respect voor hebben en er leiding aan geven brengt je verder dan het huidige opportunisme van iedereen die over de rug van renners willen scoren. En dan bedoel ik de politici die Bettini uit het WK halen om te bewijzen dat ze de beste burgemeester zijn ooit, of Valverde de hand boven het hoofd houden voor de eer van Spanje. Dan bedoel ik de opspoorders die zich publiekelijk uitlaten over wat ze opgespoord hebben om maar te laten zien hoe goed ze dat kunnen. Of de UCI die vlak voor de Giro met al maanden bekende gegevens naar buiten komt met het doel de renner te treffen en maar te bewijzen dat geen zee ze te hoog gaat voor de schone sport. Als ze dat laatste echt hadden gewild hadden ze Pellizotti gewoon voor één maand uitgesloten: "In mijn wedstrijd gaan lui met dit profiel niet van start". Eventuele strafrechtelijke onderzoeken volgen als daar aanwijzingen voor zijn, inclusief de kring rondom de sporters die de high tech-logistiek organiseert die nodig is om ongezien langs de controles te komen.

En als dan ook nog eens journalisten renners gebruiken om hun morele superioriteit ten toon te spreiden moét er tegengas komen. Wat ik verwacht van een journalist is dat hij het verhaal van Vinokourov aan de mensen vertelt, het systeem bloot legt, de situatie duidt en het oordeel aan de Schepper overlaat. Of op zijn minst aan een rechter. Een journalist die zijn morele superioriteit uitvent over de rug van een man als Vinokourov gebruikt hem net zo als alle anderen. Fans mogen de renner gebruiken voor eigen plezier onder het motto: "Als Tom Boonen wint, win ik ook een beetje". Wij niet Karl. Wij doen verslag en als je je mening geeft doe dat dan aan de hand van alle feiten en niet op basis van het gevoel in je onderbuik. Of ben je toch Onze Lieve Heer?

Met hartelijke groet, Maarten Ducrot

STER reclame