Door verslaggever Pauline Broekema

Weinig andere archieven roepen bij de gebruiker zoveel emoties op als het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), na de oorlog gebruikt voor de berechting van ruim 300.000 verdachten. Het is sinds tien jaar ondergebracht bij het Nationaal Archief in Den Haag.

Lees ook de weblog: Het leven van een 'lief soldaatje'

Eerder zat het bij Justitie. "Toen was de stap voor veel mensen erg groot om het te raadplegen. Naar Justitie gaan was net een brug te ver", zegt archivaris Sierk Plantinga van het Nationaal Archief.

Sinds het bij het Nationaal Archief is ondergebracht, is de belangstelling voor het CABR fors gestegen.

Huilende mensen

Dat heeft grote invloed gehad op de archivarissen. Gewend om om te gaan met dossiers over het liefdesleven van Jacoba van Beieren en de geschiedenis van de VOC, kreeg men nu te maken met mensen van vlees en bloed.

"We hadden ineens huilende mensen aan de telefoon", vertelt Plantinga. "Mensen die nu eindelijk duidelijkheid wilden over het verleden van ouders of grootouders."

Verrader

Vier kilometer lang is het archief. Het bevat bijna een half miljoen dossiers. Met foute Nederlanders in alle gradaties. De bunkerbouwer, de NSB'er, de oostfrontstrijder, de leveranciers van de stapelbedden voor Westerbork, de verrader, de jodenjager.

De lichtere gevallen werden behandeld door de tribunalen. De misdrijven door de Bijzondere Gerechtshoven en de Bijzondere Raden van Cassatie. In de dossiers zit het bewijsmateriaal. Dat kunnen giroafschriften zijn waaruit blijkt dat iemand lid was van de NSB, foto's, verraadbrieven of verhoren met oud-gevangenen die destijds mishandeld werden door de verdachte.

Geen moreel vingertje

Het raadplegen van het dossier zelf kost veel mensen de grootste moeite. Soms worden ze voorbereid op wat ze zullen vinden. Maar morele oordelen spreekt de archivaris nooit uit. "De conclusies laten we graag aan de onderzoeker zelf over. We zwaaien niet met een moreel vingertje." Uitleg wordt wel gegeven. Als een afkorting niet duidelijk is, of een term.

En ze komen allemaal binnen met één vraag, zegt Plantinga. "Hebben ze Joden verraden?"

Verzetsmensen

Ook kinderen of kleinkinderen van verzetsmensen doen een beroep op het CABR. Zoals Truus de Witte.

Haar vader en oom werden na een staking op het Friese platteland verraden. Vader werd uiteindelijk vrijgelaten; zijn broer geëxecuteerd.

De Witte ging op onderzoek uit. Ze vond antwoorden die haar jong gestorven vader waren onthouden. Daarna zette ze haar onderzoek voort. Geëxecuteerde deelnemers aan de meistaking waren anoniem begraven in massagraven. Onwetend van hun lot bleven de nabestaanden achter. De Witte vond uit wat er met de anderen gebeurde. De zoektocht resulteerde recent onder meer in een promotie en een boek ('Op een onbekende plaats begraven').

Het archief is wat het is. Er komt vrijwel nooit meer iets bij. "Af en toe. Als er nog wat wordt gevonden op de zolder van een rechtbank", zegt Plantinga.

Tien jaar geleden dacht men het CABR-archief met het huidige personeelsbestand aan te kunnen. Dat bleek een misvatting. Er kwamen enorm veel aanvragen. Duizenden. Nu is het één van de belangrijkste archieven voor de instelling. "Het behoort tot de top drie. Na de VOC-archieven en de koloniale. We hebben de hele organisatie moeten aanpassen."

Lintje

Ook veel onderzoekers vinden de weg naar het CABR. Dat zal nog generaties zo doorgaan, denkt Plantinga. Het archief bevat dossiers waar na de rechtszaak nooit meer naar werd gekeken. Een schatkist aan inzichten. Nieuwe feiten.

Ook komt maandelijks enkele keren een ambtenaar langs. Een kandidaat voor een lintje wordt standaard eerst in het CABR nagetrokken.

Zomaar langsgaan en even inkijken kan niet. De procedure vereist dat men een briefje stuurt naar het Nationaal Archief met de gegevens van degene wiens dossier men wil zien. En een bewijs dat de persoon is overleden of langer dan honderd jaar geleden geboren werd.

Gigantische server

Of het archief over enige jaren in zijn geheel op internet zal staan? Plantinga betwijfelt het. Eerst is er nog de privacyregel die dat verhindert. En het enorme, dus kostbare werk dat digitaliseren met zich meebrengt. "Bovendien heb je, ook dan waarschijnlijk nog, een gigantische server nodig."

Dus wordt het voorlopig een reis naar Den Haag om daar antwoord te vinden. Voor velen is die reis een opluchting, weet Plantinga. Hij citeert de schrijver en psycholoog Bruno Bettelheim die zei: "Datgene waarover men niet spreken kan, kan men ook niet tot rust brengen."

STER reclame