Door redacteur Buitenland Esther Bootsma

In Nederland wonen zeker zestien verdachten van de genocide in Rwanda in 1994. Dit zeggen de Rwandese regering en de Afrikaanse organisatie African Rights. Hoewel deze Rwandese asielzoekers volgens de mensenrechtenorganisatie kunnen worden aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden, laat de Nederlandse justitie hen ongemoeid.

African Rights komt morgen met een uitgebreid rapport over één van de hoofdverdachten in Nederland: majoor Pierre-Claver K. Hij zou een hoofdrol hebben gespeeld bij het bloedbad in de kerk van Mugina, deze week precies zestien jaar geleden. Daar werden in een paar dagen tijd 20.000 Tutsi's en gematigde Hutu's vermoord. Volgens African Rights heeft K. de Hutu-militie bewapend die de slachtpartij aanrichtte, en zelf ook gemoord.

In de jaren negentig vroeg hij asiel aan in Nederland. Hij heeft nu de Nederlandse nationaliteit en is werkzaam in de beveiligingsbranche.

'Kerk vol bloed'

K. ontkent alle beschuldigingen, maar in het rapport van African Rights en de Britse organisatie Redress staan tal van getuigenverklaringen tegen hem, schrijft NRC Handelsblad, dat voorinzage kreeg in het rapport. Niet alleen slachtoffers, ook militieleden bevestigen zijn leidende rol bij het bloedbad in Mugina. Daar hadden zich duizenden mensen verzameld in een katholieke kerk, uit angst voor de moordende milities.

K., op dat moment regeringsgezant, speelde een dubbelrol. Hij verzekerde de vluchtelingen dat ze veilig waren, maar moedigde in het geheim Hutu-militieleden aan de kerk binnen te vallen en de Tutsi's te vermoorden. "De hele kerk lag vol bloed. Overal lagen lijken. Ik kon me niet voorstellen dat priesters hier nog ooit de mis zouden lezen", zegt Euphrasie, een van de ooggetuigen.

Niet alleen African Rights, ook de Rwandese regering heeft informatie naar de Nederlandse justitie gestuurd over K. en andere asielzoekers in Nederland. Sommigen van hen staan op de lijst van 93 meestgezochte verdachten van de Rwandese regering. Andere verdachte Rwandezen wonen onder meer in België, Duitsland en Frankrijk.

Vrijhaven

Tot nu toe is in Nederland één Rwandese asielzoeker veroordeeld wegens betrokkenheid bij de genocide. Joseph M. kreeg in 2008 twintig jaar cel wegens foltering. Of er een onderzoek loopt naar K. is onduidelijk; het Openbaar Ministerie geeft vanwege de privacy geen commentaar op individuele gevallen. Wel zegt het OM dat Nederland vergeleken met andere westerse landen "de vervolging van internationale misdrijven zeer serieus neemt".

Sinds 2003 is er ook de speciale Wet Internationale Misdrijven van kracht, om individuen te vervolgen wegens (oorlogs)misdaden in het buitenland. Toch is er tot nu toe maar een handvol asielzoekers veroordeeld, onder andere uit Afghanistan. Het verzamelen van bewijzen in het buitenland kost veel geld en menskracht, en is zeer tijdrovend. Zo heeft de genocide in Rwanda lang geleden plaatsgevonden, en is het lastig om er betrouwbare getuigen en harde bewijzen te vinden.

Hoewel minister Hirsch Ballin van justitie twee jaar geleden zei dat "Nederland geen vrijhaven voor oorlogsmisdadigers mag zijn", is het dat volgens de directeur van African Rights, Rakiya Omaar, juist wel. "Nederland is een belangrijke politieke en ideologische basis geworden van Rwandese massamoordenaars."

STER reclame