Door onze redacteur gezondheidszorg Rinke van den Brink

Bekijk ook het interview met ESBL-deskundige Jan Kluytmans Reizen lijkt een belangrijke rol te spelen bij het wereldwijd verspreiden van bacteriën die resistent zijn voor bijna alle antibiotica. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Linköping in Zweden dat vorige week is gepresenteerd op een internationaal congres van microbiologen in Wenen.

In een vorig jaar verschenen rapport van het ECDC (European Centre for Disease Control) werd het aantal doden in de Europese Unie door antibioticaresistentie voor het jaar 2007 op 25.000 geschat. 8.000 van hen worden toegeschreven aan resistentie door ESBL's. De kosten van antibioticaresistentie beliepen in datzelfde jaar volgens het ECDC 1,5 miljard euro.

In Nederland zorgen ESBL's volgens professor Jan Kluytmans van het Amphia Ziekenhuis in Breda jaarlijks voor 200 tot 1.000 ernstige infecties en honderd extra doden.

Volgens Kluytmans is het moeilijk te zeggen of die patiënten overlijden door de resistentie tegen antibiotica veroorzaakt door ESBL's. Vaak zijn ze al ernstig ziek Kluytmans collega Maurine Leverstein-van Hall is het niet eens met zijn schatting. Zij houdt het op grond van haar eigen onderzoeksgegevens die gebaseerd zijn opde gegevens van een derde deel van alle Nederlandse ziekenhuizen, op 250 ernstige infecties en tien tot maximaal twintig doden per jaar.

Onwerkzaam

ESBL's maken belangrijke antibiotica van de derde generatie onwerkzaam. Die antibiotica worden in ziekenhuizen gebruikt bij ernstige infecties en bij patiënten die niet meer reageren op de antibiotica die huisartsen voorschrijven. Het enzym ESBL wordt alleen aangemaakt door zogeheten gram-negatieve bacteriën.

Het gaat vooral om E. coli bacteriën, die op grote schaal voorkomen in onder meer de menselijke darmflora en Klebsiella pneumoniae, die in de luchtwegen voorkomen. E. coli veroorzaken vaak urineweginfecties, Klebsiella infecties van de luchtwegen. E. coli zijn verantwoordelijk voor tachtig procent van de ESBL-problematiek en Klebsiella voor zo'n 10 procent.

Factor 8

Van 231 personen die uiteindelijk aan het Zweedse onderzoek meewerkten bleek 4% voor vertrek al drager te zijn van een door ESBL's resistente bacterie. Na thuiskomst was dat gestegen naar 32%. Tussen de groep mét en de groep zónder besmetting met bacteriën met ESBL's na de reis, bestonden geen relevante verschillen wat betreft leeftijd, geslacht, reisduur en antibioticagebruik tijdens de reis.

Mensen die na terugkeer drager waren van bacteriën met ESBL's hadden onderweg meer last gehad van diarree (de helft vaker) en buikpijn (twee keer zo vaak). Geen van de besmette reizigers was tijdens de reis in een ziekenhuis opgenomen, tegen 4,5% van de niet besmette reizigers.

Besmette reizigers waren de helft minder vaak op zakenreis dan niet-besmette reizigers en ze waren ook twee keer vaker als backpackers op reis dan niet-besmette reizigers. Van de reizigers die naar India waren geweest bleek 82% na thuiskomst besmet. Voor Egypte was dat 57%, voor Thailand 37%, voor Peru 36%,  voor Zuid-Afrika 27% en voor Tanzania 24%.

De onderzoekers hebben niet gekeken naar de hygiëne die de reizigers betracht hebben en evenmin naar hun voedingspatroon gekeken.

Vertrouwelijk

De NOS onthulde vorige maand een vertrouwelijke notitie aan de ministers Klink en Verburg waarin voor het eerst gesproken werd van de explosieve toename in Nederland van het aantal resistente bacteriën met ESBLs.

In die notitie werd ook voor het eerst een verband gelegd tussen de aanwezigheid van ESBL's in kip en in mensen. De genetische informatie in de enzymen die bacteriën aanzetten tot antibioticaresistentie zijn bij kip en mens soms identiek.

Bovendien liggen de genen geregeld op dezelfde plek op het plasmide, een zakje met vocht dat genetische informatie bevat. Dat plasmide is in een deel van de gevallen ook identiek.

India

In India zijn de problemen met ESBL's uitzonderlijk groot. Dat baart de Britse gezondheidsautoriteiten en artsen grote zorgen, omdat er zo'n intensief verkeer bestaat tussen India en Groot-Brittanië. Grote aantallen mensen met bacteriën met ESBL's importeren als het ware antibioticaresistentie in Engeland. Dat is ook een probleem voor andere landen, omdat Nederland bijvoorbeeld weer intensief verkeer met Engeland heeft.

In Nederland bestaat nog geen specifiek ESBL-beleid. Nederlandse ziekenhuizen controleren patiënten die in buitenlandse ziekenhuizen hebben gelegen voor opname op MRSA-bacteriën (Multirresistente Staphylococcus Aureus). Dan wordt standaard tegelijk ook gecontroleerd op ESBLs, maar dat gebeurt alleen dus bij patiënten die net in buitenlandse ziekenhuizen hebben gelegen.

Professor Christina Vandenbroucke, hoofd van de afdeling microbiologie van het VU MC in Amsterdam, zei ons onlangs dat Nederlandse ziekenhuizen er mogelijk goed aan zouden doen om alle patiënten die pas in India zijn geweest standaard te screenen op ESBL's.

Laatste redmiddel

Als bacteriën ESBL-positief zijn hebben artsen nog één groep antibiotica achter de hand, de carbapenem. Maar hoe vaker carbapenems gebruikt worden, hoe eerder de resistentie tegen die antibiotica zich verspreidt. Hoe zeer dat klopt bleek uit een aantal onderzoeksresultaten die in Wenen voor het eerst gepresenteerd werden.

Dinsdag 13 april, in de laatste uurtjes van het congres, kwamen onderzoeksgroepen uit Duitsland, Spanje, Italië en Frankrijk op de proppen met studies naar de eerste bekende gevallen in die landen van bacteriën die nu ook tegen die laatste groep nog beschikbare antibiotica resistent zijn. Dat doen ze door het enzym KPC aan te maken.

In andere delen van de wereld, zoals de Oostkust van de Verenigde Staten, Griekenland, Israël, Koeweit en vooral landen als India zijn de problemen al veel groter. Ook in Nederland zijn al enkele gevallen beschreven. Alle Nederlandse patiënten hebben die totaal resistente bacteriën op buitenlandse reizen opgelopen.

STER reclame