Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft al in 2002 het beleid vastgesteld dat Nederland een inval in Irak zou steunen. Dat de VN-Veiligheidsresoluties daarvoor onvoldoende legitimatie gaven, is hieraan ondergeschikt gemaakt.

Dat stelt de commissie-Davids, die onderzoek heeft gedaan naar de wijze waarop het kabinet het besluit heeft genomen om de Amerikaans-Britse inval in 2003 politiek te steunen.

Volgens de commissie was er onvoldoende volkenrechtelijk mandaat. Anders dan het Nederlandse kabinet heeft gedaan, kan de tekst van VN-resolutie 1441 niet worden uitgelegd als een vrijbrief voor individuele lidstaten om de naleving van VN- resoluties met militair geweld af te dwingen, aldus Davids.   

Inlichtingendiensten De commissie concludeert verder dat rapporten van AIVD en MIVD genuanceerder waren dan rapporten van buitenlandse inlichtingendiensten. Die nuanceringen werden echter niet door de betrokken ministers overgenomen. Het kabinet nam alleen uitspraken over die pasten bij het al ingenomen standpunt.

Een andere conclusie is dat premier Balkenende aanvankelijk weinig tot geen leiding heeft gegeven aan debatten over Irak. Hij liet het dossier geheel over aan de minister van Buitenlandse Zaken en is zich pas in januari 2003 zelf met het dossier gaan bemoeien.

Davids zegt daarover: "Als het gaat om oorlog of geen oorlog, zou je verwachten dat een minister-president daar een zeer groot stempel op kan drukken."

De commissie dat zegt ook dat de Kamer geen volledige openheid van zaken heeft gekregen over een verzoek van de Verenigde Staten aan Nederland op 15 november 2002 om militaire steun te verlenen.

STER reclame