Als je voor het verdrag met Oekraïne bent, moet je dan gaan stemmen?

ANP
Geschreven door
Roselien Herderschee
redacteur Binnenland
Joost Schellevis
Researchredacteur

Moeten we op 6 april gaan stemmen of thuisblijven? Het is een vraag die vooral voorstanders van het associatieverdrag met Oekraïne bezighoudt. Zij zijn namelijk gebaat bij een lage referendumopkomst.

Als minder dan 30 procent van de kiesgerechtigden op 6 april zijn stem uitbrengt, is de uitslag niet geldig en zal Nederland het verdrag sowieso ratificeren. Daarom vrezen sommige voorstanders dat ze het nee-kamp in de kaart spelen door te gaan stemmen. Als mede door hun stem de opkomstdrempel wordt gehaald en het nee-kamp een meerderheid haalt, pakt hun stem immers averechts uit. Maar thuisblijven heeft natuurlijk het risico dat het nee-kamp eenvoudiger aan een zege komt. 

Universitair hoofddocent staatsrecht Wytze van der Woude van de Universiteit Utrecht wijt het probleem aan de opkomstdrempel. "Dit is het verschrikkelijkste wat ze hadden kunnen verzinnen", zegt hij. Volgens hem is de drempel helemaal niet nodig, vooral omdat het niet gaat om een bindend maar om een raadgevend referendum. "Alsof een advies minder geldig is als er minder mensen komen opdagen."

Strategisch thuisblijven? 

"Die opkomstdrempel is gruwelijk onhandig", vindt ook Marcel Boogers, hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur aan de Universiteit Twente. Je stelt voorstanders daarmee voor een enorm dilemma, vindt hij.

"Voor tegenstanders is het relatief makkelijk. Zij moeten sowieso stemmen om hun overtuiging kans van slagen te geven", stelt Boogers. Maar ja-stemmers kunnen strategisch thuisblijven. "Als je voor dat verdrag bent, kun je actief je stem uitbrengen, maar je kunt ook hopen dat de opkomstdrempel niet gehaald en dus thuisblijven."

Lagere opkomst

Dat geeft een ongelijke uitgangspositie en heeft ook invloed op de campagnetijd, meent Boogers. "Het voor-kamp zal geneigd zijn zich stil te houden. Met een hele actieve voor-campagne mobiliseer je namelijk ook tegenstanders. Als je geen gelijk uitgangspunt hebt voor voor- en tegenstanders krijg je ook geen gelijke campagnestrijd. En dan verstomt de discussie. Dat zie je nu ook. Voornamelijk tegenstanders laten zich horen."

Bovendien wordt het lastig voor het kabinet om het referendum naast zich neer te leggen als minstens 30 procent komt opdagen. "Met zo'n opkomstdrempel maak je het feitelijk bindend", vindt Van der Woude. "Die drempel is bedoeld als argument om het naast je neer te kunnen leggen als er te weinig mensen komen stemmen. Maar het werkt natuurlijk ook andersom."

In een toelichting op een peiling van vandaag zegt Maurice de Hond dat de opkomst bij het referendum nog niet valt te voorspellen. Veel mensen bepalen volgens hem pas op de dag of ze wel of niet gaan stemmen. De Hond noemt een opkomst tussen de 24 en 37 procent het meest waarschijnlijk. 

Michiel van Hulten van Stem Voor, dat pleit voor een ja-stem, spreekt over een 'belemmering'. "Het blijft zorgen voor een discussie over wel of niet gaan stemmen", meent hij. "Laten we die discussie uitstellen tot na 6 april. Alle voorstanders zouden bezig moeten zijn met elkaar naar de stembus krijgen."

Thierry Baudet, een van de aanjagers van het referendum en campagnevoerder voor een 'nee', vindt het onterecht dat er een opkomstdrempel is. "Waarom zou je een referendum anders behandelen dan andere verkiezingen?", vraagt hij zich af. "Dit is het enige soort verkiezing met zo'n drempel. Zeker als er ook nog eens minder stembureaus zijn, is dat vreemd."

Waar komt de referendumwet vandaan? 

Een instrument om de invloed van burgers op de politiek te vergroten. Dat was de bedoeling van D66, GroenLinks en de PvdA met de referendumwet, die vorig jaar in werking trad. Sinds 1 juli 2015 kan iedereen een verzoek indienen voor een referendum over een wet die al is aangenomen, maar nog niet in werking is getreden.

Dat kan niet met alle wetten: het koningshuis, de grondwet en de Rijksbegroting zijn uitgesloten. Maar over alle andere wetten kan een referendum worden georganiseerd, als een kiesgerechtigde in twee fases ruim 300.000 handtekeningen weet te verzamelen.

Inmiddels zijn er zeventig wetten referendabel verklaard. Voor het merendeel van die wetten kwam niet één handtekening voor een referendum binnen. Tot nu toe haalde alleen het initiatief van GeenPeil de tweede fase en werd een referendum afgedwongen. Dankzij dat initiatief stemmen Nederlanders op 6 april over de vraag: bent u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne? 

'Het was een compromis'

Tweede Kamerlid Linda Voortman van GroenLinks, een van de indieners van de referendumwet, wijst naar de PvdA als haar naar de opkomstdrempel wordt gevraagd. "Zelf hadden we er niet voor gekozen, maar de PvdA-fractie in de Eerste Kamer wilde graag een opkomstdrempel", aldus Voortman. "Het was een compromis."

Als mensen strategisch thuisblijven om te voorkomen dat de opkomstdrempel wordt gehaald, vindt Voortman dat wel jammer, zegt ze. "Het is het best als mensen stemmen op wat ze echt vinden." Kamerlid Kees Verhoeven van D66, ook een partij die een aanjager was van de wet, is dat met haar eens. "Ik vind het een gevaarlijke gok en ondemocratisch om niet te gaan stemmen."

De opkomstdrempel is er overigens niet voor niets, meent Verhoeven. "Een referendum moet voldoende gewicht hebben om serieus te worden genomen", zegt het Kamerlid. Tegelijkertijd erkent hij dat de drempel op dit moment nadelig lijkt voor het ja-kamp. "Het nee-kamp heeft geen reden om weg te blijven." Of de wet aangepast moet worden, moet later beantwoord worden. "Daar kunnen we pas naar kijken na 6 april, als dan blijkt dat veel mensen inderdaad thuis blijven. Daarvoor is de wet niet bedoeld."

Opkomstdrempel voor referendum is 'gruwelijk onhandig'
Dat zegt hoogleraar Boogers van de Universiteit Twente. Het referendum van 6 april over het verdrag met Oekraïne is alleen geldig als meer dan 30 procent van de kiezers gaat stemmen. Daarom vrezen sommige voorstanders dat ze het nee-kamp in de kaart spelen als ze gaan stemmen.

Alternatieven

Onderzoeker Marc Pauly van de Rijksuniversiteit Groningen heeft overigens een oplossing voor het probleem: een slimmere opkomstdrempel. "Na het referendum zou je kunnen kijken hoeveel mensen hebben gestemd", zegt Pauly. "Je kunt eisen dat de meerderheid van de stemmen een bepaald deel van de kiesgerechtigden moet vertegenwoordigen." 

Mocht het nee-kamp winnen bij de verkiezingen, dan zou dus kunnen worden bekeken of minimaal 20 of 30 procent van alle stemgerechtigden - inclusief thuisblijvers - 'nee' heeft gestemd. Boogers noemt dat een goed alternatief, waar veel onderzoek naar gedaan is. 

Volgens Boogers is er overigens nog wel meer mis met de referendumwet. Hij noemt deze 'sowieso een gedrocht van een wet'. De opkomstdrempel ziet hij niet als enige weeffout. "De wet strekt zich niet eens uit tot gemeentelijke besluiten. Daar zijn dus geen referenda over mogelijk, maar wel over dit soort verdragen. Ik mag hopen dat er snel aanpassingen aan die wet gedaan worden."

65 gerelateerde artikelen