De provincie moet beter naar de belangen van boeren kijken RTV Oost / Wouter de Wilde

De provincie Overijssel moet beter naar de belangen van boeren kijken in de omgeving van twee Natura 2000-gebieden in Dinkelland en bij Oldenzaal. Dat heeft de Raad van State vandaag beslist. Tientallen boeren maakten bezwaar tegen twee plannen van de provincie voor natuurverbetering in de buurt van hun bedrijven. De Raad heeft die plannen gedeeltelijk vernietigd.

In drie deelgebieden van het Natura 2000-gebied Dinkelland en het Natura 2000-gebied Landgoederen Oldenzaal moet de verdroging en de verzuring worden aangepakt. De grondwaterstand wordt verhoogd en boeren in de omliggende gebieden krijgen beperkingen opgelegd bij bemesting en beweiding van hun land. De boeren maakten bezwaar, omdat ze hun bedrijf door die beperkingen niet meer rendabel kunnen houden zonder steunmaatregelen.

Volgens de Raad heeft de provincie wel aangetoond dat de twee beschermde natuurgebieden moeten worden opgeknapt. Maar de ingreep in de bedrijfsvoering van de boeren is te groot. Zo wil de provincie naast de opgelegde beperkingen in de toekomst de mogelijkheid hebben om nog extra beperkingen in te voeren. Daarmee dreigt volgens de boeren de agrarische bestemming van hun land ondergeschikt te worden aan de natuur. De Raad is het met die kritiek eens.

Lees meer:

"Wij zijn weggejaagd", zegt melkveehouder Hunder uit De Lutte

Lees meer:

Verzet boeren tegen natuurherstel aan de orde bij Raad van State

Bemesting

Een van de boeren klaagde bij de Raad over de gevolgen van minder bemesting van zijn land. De bodem bij zijn bedrijf in Beuningen zal verschralen en er komt minder grasopbrengst. Daarnaast zal er andere vegetatie ontstaan die minder geschikt is voor zijn vee.

De provincie erkende dat die gevolgen voor de boer ingrijpend zijn en dat hij vervangende landbouwgrond moet krijgen. Maar het belang van de beschermde natuur gaat hier volgens de provincie toch voor. De Raad oordeelt dat de provincie in dit geval en andere gevallen veel nauwkeuriger had moeten kijken naar de gevolgen voor de boeren. Dat moet nu alsnog gebeuren.

Verder krijgt de provincie het verwijt dat voor deze boer geen andere landbouwgrond is gezocht of een financiële compensatie is geboden voor het stoppen van zijn bedrijf. Terwijl de provincie zelf heeft toegegeven dat de boer door de beperkingen geen rendabel bedrijf meer kan voeren.