Onderzoekers zien een vlucht uit het bevingsgebied ANP

In de afgelopen drie á vier jaar is de gemoedstoestand van Groningse bevingsgedupeerden een heel klein beetje beter geworden. Maar dat betekent niet dat ‘we’ er al zijn, want bij langdurig gedupeerden is de machteloosheid en wanhoop juist gegroeid. Een deel van hen wil zelfs verhuizen of is al weg.

Dit blijkt uit een nieuw rapport van Gronings Perspectief, waarbij onderzoekers Katherine Stroebe en Tom Postmes van de Rijksuniversiteit Groningen de balans opmaken met dezelfde mensen die zij ook in 2017 hebben gesproken tijdens hun onderzoek.

Ze beschrijven het als een vlucht: ik moet me hieraan onttrekken

Tom Postmes - Onderzoeker Rijksuniversiteit Groningen

Toegenomen wanhoop bij langdurig gedupeerden

‘Sinds medio 2019 zien we een toename van positieve emoties, zoals hoop, en een afname van negatieve emoties, zoals boosheid’, zo staat in het rapport. Maar dat geldt met name voor mensen die een enkele keer hun bevingsschade hebben gemeld. Mensen die al langer verstrikt zijn geraakt in de problematiek hebben juist een forse gezondheidsachterstand.

‘Dat past bij het beeld dat we ook in onze interviews zien, de toegenomen wanhoop bij een deel van de geïnterviewden’, vertelt Stroebe. Uit de interviews blijkt dat mensen het dusdanig zat zijn en weg willen, of zelfs al verhuisd zijn. 'Dat is voor ons een nieuw patroon’, zegt Stroebe.

'Voor velen is de grens bereikt of overschreden'

‘Het viel ons op en past bij het bredere idee van: ik moet me hieraan onttrekken. Ze beschrijven het als een vlucht. Dit zien we voor het eerst in de jaren dat we deze mensen volgen.’ De onderzoekers constateren ook dat er systeemslachtoffers ontstaan, die niet makkelijk in de huidige procedures passen.

‘Het beeld is dat velen na zes tot acht jaar geploeter met instanties en procedures de grens hebben bereikt of overschreden van wat men aankan. De gezondheid, het welzijn en het woongenot worden te zeer verstoord. Bij alle geïnterviewden is het vertrouwen in de overheid en instanties afgebrokkeld, ook onder de respondenten wier situatie verbeterd is.’

Minder sociale cohesie in dorpen en wijken

De sociale cohesie in dorpen en wijken neemt over het algemeen ook af in de plekken die Postmes en Stroebe opnieuw hebben bezocht. ‘Deze afname lijkt deels samen te gaan met de belasting en soms strijd die de versterking voor veel bewoners is.’

Toch zag Stroebe ook een positief punt, vertelt ze. In een van de wijken is de sociale cohesie namelijk ten goede veranderd. ‘In eerdere rapporten zeiden veel professionals dat sociale conflicten onvermijdelijk zijn, maar in onze focusgroep zagen we dat de houding van een gemeente erg veel uitmaakt, in ieder geval in het bevorderen van sociale cohesie. Ik wil het niet bestempelen als een sprankje hoop, maar het is wel iets waar we naar moeten kijken.’

Er wordt wel actie ondernomen, maar vervolgens blijft het lang stil

Tom Postmes - Onderzoeker Rijksuniversiteit Groningen

Gebrek aan communicatie

De slecht ervaren communicatie in dit gaswinningdossier blijft een terugkerend fenomeen, zien ook Stroebe en Postmes opnieuw. De onderzochte mensen zijn grotendeels negatief over de communicatie: met name dan het gebrek eraan en de stroperigheid ervan. Een voorbeeld van een geïnterviewde:

‘Wat hier feitelijk gebeurt, is dat de Nationaal Coördinator Groningen en de gemeente de bewoner waarschuwt: u loopt risico. Daar wordt ook actie op ondernomen en vervolgens blijft het lang stil. Het is niet verwonderlijk dat na zo’n aankondiging het wachten zelf het gevoel van onveiligheid kan versterken.’

We zijn er nog niet

Ondanks de lichte verbetering in emoties, willen Stroebe en Postmes dan ook zeker niet concluderen dat het best goed gaat in Groningen. ‘We zien in de verhalen dat veel deelnemers nog weinig tot geen vooruitgang hebben gezien in hun situatie.’