Binne Roorda en zijn kinderen RTV Noord

‘Rosa was één van de acht onderduikers van mijn opa. Over zeven wist ik van alles; ik kende de verhalen en de foto's. En ik heb zelfs een van de onderduikers ontmoet. Maar over Rosa wist ik niets.’

Dat zegt Ytje Stevens-Roorda, de kleindochter van Binne Roorda. Vanaf 1942 tot begin 1945 verborg de verzetsheld acht joodse mannen, vrouwen en kinderen in zijn woning aan de Ernst Casimirlaan 4a in Stad. Zijn vrouw Pietje overleed in 1929; hij woonde daar met zijn huishoudster en zijn vijf kinderen, onder wie de vader van Ytje.

'In oktober 1942 meldden de eerste vier onderduikers zich bij mijn grootvader. Hij heeft besloten ze op te nemen in huis en in de maanden erna kwamen er nog vier bij. Over Rosa wist ik alleen dat het een beetje een onopvallende vrouw was.’

Iraanse filmmaker

Maar Ytje is inmiddels veel meer te weten gekomen over Rosa. Zoveel meer dat het resulteerde in een documentaire. ‘Ik kwam in aanraking met Farschid Ali Zahedi, een Iraans/Duitse filmmaker. Hij doet onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog en kwam zodoende in contact met de neef van Rosa. Zo kruiste mijn pad met dat van Farschid en besloten we samen verder onderzoek naar Rosa te doen.’

De uit Iran gevluchte Zahedi maakte eerder al documentaires over het lot de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld over de pogrom in de Oekraïense stad Kovel. Het leven van Rosa en Binne Roorda vond hij zo bijzonder, dat hij al snel besloot dat zij het onderwerp van zijn volgende film zouden worden.

Persoonlijkheid

Binne Roorda was theoloog en hoofdonderwijzer, onder meer aan de gereformeerde lagere school in Oudeschip. Hij was er volgens zijn kleindochter van overtuigd dat hij mensen moest beschermen, beschikte over sterke persoonlijkheid en was zeer overtuigd van eigen visie. Deze eigenschappen resulteerden erin dat hij de acht onderduikers opnam en ze tijdens de oorlog met z'n vijftienen(!) in zijn kleine bovenwoning woonden. Dat ging lange tijd onopgemerkt aan de Duitsers voorbij, tot de vroege ochtend van 7 februari 1945.

‘Toen stonden de nazi's opeens voor de deur,' vertelt Ytje. 'Binne moest mee, de exacte reden was onduidelijk. Hij deed eerst niet open, toen hebben ze traangasbom naar binnen gegooid. Uiteindelijk is hij zelf meegegaan en de rest van het huis was ondergedoken in een verstopte ruimte. Een SS'er is naar binnengegaan om te kijken of er nog meer mensen waren, maar door het traangas hield hij het gauw voor gezien.'

Ook haar vader ontsprong de dans. 'Mijn vader en oom, beiden inmiddels boven de achttien jaar, zaten toen ook illegaal in huis. Ook zij zijn niet gepakt.'

Scholtenhuis

Met Roorda liep het slecht af. Na zijn arrestatie werd hij gevangen gehouden in het Huis van Bewaring en hardhandig verhoord in het beruchte Scholtenhuis. In maart 1945 werd hij op het laatste transport van Groningen naar het concentratiekamp Neuengamme gezet. Op 25 april stierf Roorda in kamp Sandbostel.

Ytje Stevens-Roorda RTV Noord

Maar zijn herinnering leeft voort, getuige de documentaire over de joodse Rosa. Ytje kwam tijdens de research veel te weten over het leven van de achtste, voorheen tamelijk onbekende onderduiker. Zo vond Ytje onder meer uit hoe Rosa bij haar opa terechtkwam. 'Rosa was aan het begin van de oorlog een jaar of vijftig. Ze had altijd op een boerderij gewoond en gewerkt. In het begin van de oorlog vluchtte ze naar haar oom en tante Benjamin en Geertje van Dam, die woonden aan de Spilsluizen. Zo kwam uiteindelijk bij mijn grootvader terecht, waar ze tweeënhalf jaar heeft ondergedoken.'

Synagoge

De documentaire wordt donderdagavond vertoond in de synagoge in Stad, voor een beperkt aantal bezoekers. 'Helaas', zegt Ytje, die hoopt dat het portret van Rosa en haar grootvader op een later moment een groter publiek zal bereiken, bijvoorbeeld door middel van een uitzending op tv.

Het werk van Ytje is gedaan. 'We hebben Rosa een gezicht gegeven.'