Een bewoner wijst een scheur in zijn muur aan De Vries Media/ANP

Het Instituut Mijnbouwschade Groningen heeft de afhandeling van zo'n 1250 schademeldingen tijdelijk stilgelegd. Het gaat om schades aan de rand van het Groningenveld en de gasopslag bij Norg.

De reden is omdat er sinds het begin van de zomer in deze specifieke gebieden steeds meer afwijzingen zijn van schadeclaims. In het gebied kan volgens het IMG geen schade zijn ontstaan door aardbevingen, maar er is wel diepe bodemdaling of -stijging. Maar volgens deskundigen kan die bodemdaling of - stijging niet geleid hebben tot mijnbouwschade.

‘En die stelling is best vergaand’, licht een woordvoerder van het IMG toe. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen heeft daarom onderzoeksinstituut TNO en de Technische Universiteit in Delft gevraagd om advies uit te brengen over de situatie.

Oost-Groningen en Drenthe

De meldingen die het betreft komen uit Oost-Groningen en de kop van Drenthe. Zo’n driekwart van de meldingen raakt die laatste omdat daar de gasopslag bij Norg zit. Het gaat dan om meldingen uit de gemeente Westerkwartier en Noordenveld. Het gebied in Oost-Groningen raakt delen van de gemeenten Pekela, Oldambt, Stadskanaal en Westerwolde.

In afwachting van het advies gaat het IMG geen besluiten nemen over die 1250 openstaande schademeldingen. Nieuwe schadeopnames worden voorlopig ook niet ingepland. Al ingeplande opnames gaan wel gewoon door.

Gemiddeld 11 duizend euro

In totaal zijn er zo’n 2000 schademeldingen uit deze gebieden. Ongeveer 700 daarvan zijn al afgehandeld, waarbij in het overgrote deel van van de meldingen een vergoeding is toegekend van gemiddeld 11.000 euro. Een afwijzing voor recentere gevallen zorgt voor een ongelijke behandeling in deze gebieden.

De woordvoerder van het IMG wil niet op de zaken vooruitlopen. ‘We beseffen dat dit weer tot onzekerheid leidt, maar we wachten eerst het advies af. De afgehandelde meldingen zijn behandeld met de inzichten van dat moment. Ik kan alleen zeggen dat we in ieder geval niet terug gaan komen op de eerdere toekenningen.’