KNSB gunt Verbij startplaats op olympische 1.000 meter

Aangepast
Kai Verbij na de 500 meter bij het OKT ANP

Schaatser Kai Verbij komt tijdens de Winterspelen in Pyeongchang toch uit op de 1.000 meter. De selectiecommissie van de KNSB heeft dat besloten.

De wereldkampioen sprint had op de 500 meter een startbewijs verdiend, maar miste tijdens het olympisch kwalificatietoernooi in Heerenveen de 1.000 meter wegens een liesblessure.

De keuze voor Verbij betekent dat Thomas Krol thuis moet blijven. Krol eindigde op het OKT als derde op de 1.000 meter.

Toonaangevend

"Verbij is de afgelopen jaren toonaangevend geweest op de 1.000 meter", verklaarde technisch directeur Arie Koops van de KNSB de keuze voor Verbij op de kilometer.

Mocht Verbij door zijn blessure niet kunnen starten in Pyeongchang, dan wordt Hein Otterspeer toegevoegd aan de olympische ploeg. De deadline voor een eventuele vervanging is 7 februari. Otterspeer schaatst dan de 500 en 1.000 meter.

"In dit geval vervangen we dan een-op-een een schaatser. De vierde man op de 500 meter is Otterspeer en hij is ook een uitstekende schaatser op de 1.000 meter", aldus Koops.

Jan Blokhuijsen, een voorname kandidaat voor de ploegenachtervolging en derde op de 5.000 meter, mag als tiende schaatser mee naar Pyeongchang.

De mannenploeg voor de Winterspelen bestaat uit Bob de Vries (5.000 m), Sven Kramer (5.000 m, 10.000 m, massastart, ploegenachtervolging), Kjeld Nuis (1.000 en 1.500 m), Koen Verweij (1.000 m, 1.500 m, massastart, ploegenachtervolging), Jorrit Bergsma (10.000 m), Kai Verbij (500m en 1.000 m), Jan Smeekens (500 m), Ronald Mulder (500 m), Patrick Roest (1.500 m) en Jan Blokhuijsen (5.000 m, ploegenachtervolging).

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

KNSB kiest voor Verbij op olympische 1.000 meter

Bij de dames was minder discussie over de afvaardiging naar de Winterspelen.

De vrouwenploeg bestaat uit Anice Das (500 m), Marrit Leenstra (500 m, 1.000 m, 1.500 m, ploegenachtervolging), Ireen Wüst (1.000 m, 1.500 m, 3.000 m, ploegenachtervolging), Antoinette de Jong (3.000 m, ploegenachtervolging), Carlijn Achtereekte (3.000 m), Jorien ter Mors (500 m, 1.000 m), Esmee Visser (5.000 m), Annouk van der Weijden (5.000 m, massastart), Lotte van Beek (1.500 m), Irene Schouten (massastart).

"Annouk heeft de nodige ervaring op de massastart", verdedigde Kuiper zijn keuze voor haar.