NOSop3

Maaike (21) wil uit huis geplaatste kinderen een vaste woonplek geven

Maaike (21) ging op haar 16e uit huis, omdat thuiswonen niet meer ging. Voor haar 18e was ze al negentien keer verhuisd van opvang naar opvang. Nu vraagt ze met Stichting Het Vergeten Kind aandacht voor het probleem van doorverhuizen. "Ik had altijd een tas klaarstaan. Soms verhuisde ik van het ene op het andere moment."

Bekijk hier het persoonlijke verhaal van Maaike.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Maaike (21) zat in negentien verschillende tehuizen

"Er zijn in Nederland duizenden kinderen die niet meer thuis kunnen wonen", legt Margot Ende van Stichting Het Vergeten Kind uit. "Die kinderen hebben al een heleboel meegemaakt voor ze uit huis geplaatst worden. Waar zij behoefte aan hebben is rust en stabiliteit. De realiteit is dat ze dat helemaal niet krijgen."

In 2017 woonden 46.185 kinderen en jongeren enige tijd niet thuis, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ongeveer de helft, 21.960 kinderen, woonde lange of korte tijd in een pleeggezin. Maar ze komen ook in zorginstellingen en gezinshuizen terecht. Of als er echt nergens plek is, in een jeugdgevangenis.

Ik ben van hot naar her gestuurd.

Maaike (21)

Door een ingewikkelde situatie kon Maaike niet meer thuis wonen. "De eerste week woonde ik in de crisisopvang, toen weer even thuis en vervolgens weer vier maanden in de crisisopvang. Vanaf dat moment ben ik van hot naar her gestuurd. Naar een observatiegroep, weer naar een crisisopvang, naar de vrouwenopvang en daarna naar een jongerengroep, maar die moest sluiten door bezuinigingen. Ik ben in totaal negentien keer verhuisd."

En Maaike is niet de enige die dit heeft meegemaakt. Er zijn geen cijfers beschikbaar van hoe vaak kinderen doorgeplaatst worden als ze eenmaal in de jeugdzorg of de pleegzorg terechtkomen. Maar dat het een probleem is, is al lang bekend. "Wie ik ook spreek, iedereen zegt: dit was tien, vijftien of zelfs twintig jaar geleden ook al zo", zegt Ende van Stichting Het Vergeten Kind.

Tien pleegzorgaanbieders en het Nederlands Jeugdinstituut doen op dit moment wel onderzoek naar hoeveel kinderen worden doorgeplaatst in de pleegzorg. "Wij kijken om hoeveel kinderen het gaat, wat de redenen zijn voor doorplaatsing en hoe we dat kunnen veranderen", vertelt onderzoeker Mariska de Baat van het NJi. "Het doorplaatsen van kinderen gebeurt op verschillende plekken, niet alleen in de pleegzorg. Maar daar focussen we nu specifiek op."

"Uit onderzoek in gezinshuizen blijkt dat kinderen daar gemiddeld 3,6 keer worden doorgeplaatst", voegt Ende toe. "En van de 25 jongeren die aan deze campagne meewerken, hebben maar vier kinderen op één plek gewoond. De rest is doorgeplaatst, sommigen wel twintig keer."

Moeten wisselen van school, nieuwe vrienden maken. Dat is ongezond voor elk kind.

Margot Ende, stichting Het Vergeten Kind

Het vele verhuizen heeft een grote impact op de jongeren. "Ik raakte het vertrouwen in anderen snel kwijt", vertelt Maaike. "Dan kwam ik weer op een nieuwe groep, met nieuwe begeleiders en dan dacht ik: moet ik jou nu weer gaan vertrouwen, moet ik weer mijn hele verhaal vertellen? Daar had ik geen zin meer in. Je gaat steeds tien stappen terug. Je moet jezelf opnieuw bewijzen en begeleiders moeten je opnieuw leren kennen. Dat maakt het best wel zwaar."

"Moeten wisselen van school, nieuwe vrienden maken. Dat is ongezond voor elk kind", zegt ook Ende. "Maar vooral voor kinderen die zo veel achter de rug hebben. Je ziet dat ze vaak steeds bozer worden en steeds problematischer gedrag gaan vertonen." De Baat voegt toe: "Als een kind uit huis wordt geplaatst, dan is dat een enorme verlieservaring. Als het kind weg moet uit een pleeggezin, heeft het opnieuw die verlieservaring. Een overplaatsing is schadelijk, dat weten we. Kinderen krijgen moeite om volwassenen te vertrouwen en hechten zich steeds slechter aan nieuwe mensen."

Oorzaken

Er is een chronisch tekort aan pleeggezinnen. De laatst beschikbare cijfers stammen uit eind 2017, toen wachtten nog 117 kinderen op een pleeggezin. Als kinderen in zo'n situatie niet thuis kunnen blijven, dan komt het voor dat kinderen tijdelijkergens terechtkomen. Maaike: "Zo heb ik tijdelijk in een daklozenopvang gewoond, omdat er nergens anders plek was. Daar heb ik een maand moeten zitten. Dat was niet echt de leukste plek."

Jeugdzorg Nederland herkent dat te veel kinderen te vaak worden doorgeplaatst. Maar benadrukt ook dat niet iedere doorplaatsing per definitie slecht is. "Een andere plek is soms beter voor een kind", legt woordvoerder Eva de Vroome uit. Bijvoorbeeld als er een plek vrijkomt in een geschikt pleeggezin, of als er geen goede match is tussen een gezin en een kind. "Pleegzorginstanties zorgen altijd voor de best mogelijke plek. Maar dat is niet altijd de meest wensbare plek. Die is er gewoon niet altijd."

Ik wil zelf zeker een pleeggezin starten.

Maaike, voormalig pleegkind

Tot slot is er volgens Margot Ende van Stichting Het Vergeten Kind ook ruimte voor verbetering in het beleid van pleegzorginstellingen en gemeentes die zorg dragen voor kinderen die niet meer thuis kunnen wonen. "Protocollen, financieringsafspraken, beleid: alles bij elkaar leidt het niet tot een systeem waar het kind centraal staat. Dat is allang zo en dat moet echt veranderen."

Maaike heeft wel een idee hoe dat zou moeten. "Er moet meer geld komen voor langdurige plekken, er moet meer ingezet worden op pleegzorg in plaats van leefgroepen of gezinshuizen. En ook oudere kinderen, van 12 tot 16 jaar oud, moeten in een pleeggezin terecht kunnen komen. Want als je zestien bent, ben je vaak te oud voor een pleeggezin en kom je in de carrousel terecht."

Maaike weet het in ieder geval zeker. "Ik wil zelf ook een pleeggezin starten. En dan zou ik dat oudere kind in huis nemen dat anders geen kans maakt op een pleeggezin."