NOS Op 3
Artsen zonder Grenzen

Het is het grootse conflict in het Midden-Oosten na Syrië: Jemen. Een coalitie onder leiding van Saudi-Arabië - met hulp van het westen - bombardeert al bijna tien maanden opstandelingen die de president hebben verdreven. Een enorme crisis, waar je misschien amper wat van hebt gehoord, en waar de wereld amper naar omkijkt.

Het is intens. De bommen vallen elke twee, drie uur. Mijn zoontjes blijven thuis. Alleen als het echt veilig is, mogen ze even naar school.

Hisham Al-Omeisy, woont in Sanaa

"De mensen jagen op eten, drinken en brandstof", vertelt Hisham Al-Omeisy. Hij is een politiek analist en woont met zijn vrouw en twee zoontjes in Sanaa, de hoofdstad. "Door de stad lopen is heel gevaarlijk. De bommen kunnen overal vallen, op je huis, een weeshuis of een school."

"In het begin waren we heel bang, maar op een gegeven moment is je voorraad op en moet je wel naar buiten. En na tien maanden raak je eraan gewend, het wordt routine. Als je naar buiten gaat, doe je dat voor voedsel of benzine, waar een groot tekort aan is. Je gaat eigenlijk op jacht naar de broodnodige dingen in het leven." 

Tien maanden geleden begon de coalitie onder leiding van de Saudi's met bombarderen. De rebellerende Houthi's hadden toen een flink stuk van het land in handen. De door de coalitie en het westen gesteunde president was gevlucht. 

Sindsdien vallen de bommen. Op de rebellen, maar ook op burgers. En daarbij pleegt de coalitie volgens Amnesty oorlogsmisdaden, en deinzen de Houthi's er ook niet voor terug woonwijken blind te bestoken.

"Sanaa is een grote stad, je hebt veel winkels, maar die zijn lang niet allemaal open. Ze kunnen niks importeren, dus gaan ze failliet. En de benzinestations zijn dicht, maar elke 50 meter staat er wel iemand gasflessen te verkopen. Je koopt alles op de zwarte markt."

"De mensen die zijn gevlucht, komen vaak terug. Hier heb je nog je vrienden, een sociaal netwerk. In die andere landen krijg je geen visum, en moet je bedelen voor je eten."

Vluchten zit er niet in, want waar moet je heen? De grenzen zijn geblokkeerd door de coalitie en in de omringende landen zijn mensen niet welkom. Sterker nog: vorig jaar vluchtten bijna 100.000 mensen naar Jemen. "Als ik naar Jordanië vlucht, word ik niet goed behandeld en kan ik mijn kinderen amper te eten geven. Dan blijf ik liever hier en probeer ik er het beste van te maken."

"Ik heb twee jongens, van 11 en 6. Meestal blijven ze thuis, maar soms vind ik het veilig genoeg om ze een dagje naar school te sturen - wel eentje in de buurt. De scholen plakken een soort tape op de ramen, zodat bij een bombardement de kinderen niet gewond raken door brekend glas. Maar bij een luchtaanval haal ik ze snel op en breng ik ze thuis."

"Maar Sanaa is een paradijs vergeleken met Taiz. In die stad zijn drie fronten. En dan vallen er ook nog de hele tijd bommen. Taiz is echt de hel op aarde op het moment."

En in die hel zat de Nederlandse Nora. 40 jaar oud, en sinds vorige week terug uit Jemen, waar ze als medisch teamleider werkte voor Artsen zonder Grenzen. Niet eventjes, maar vier maanden lang. En dat is heftig.

Artsen zonder Grenzen

Het is heel zwaar ja. Maar er is zoveel werk dat je het vergeet, er is zo veel nodig. Zodra je daar aankomt, heb je zo veel te doen dat je de tijd vergeet.

Nora

Taiz ligt op de frontline, in het zuiden van het land. De Houthi-rebellen belegeren de stad, waardoor duizenden mensen te weinig voedsel en medicijnen hebben. Ze vechten tegen troepen die de oude president steunen.

"Taiz is niet veilig. Er zijn veel luchtaanvallen en we werken niet ver van de frontlinie. We horen de bommen afgaan, de hele dag. We slapen in een kantoorhuis, waar we wonen en werken. Soms slapen we ook in het ziekenhuis, om de drie dagen met een andere collega. Daar hoor je verschrikkelijke verhalen, meer dan op straat."

"Ondanks al die onveiligheid gaat het leven door. Mensen vinden een manier om te leven met een oorlog. Maar heel veel in de maatschappij functioneert niet. De scholen hier zijn nog dicht, maar in een stad verderop zijn ze net weer begonnen. En veel winkels zijn dicht, behalve voor de mensen met veel geld. En er is een markt waar ze groenten en fruit verkopen."

"Hoe het hier verder gaat? Ik weet het niet, dat is behoorlijk spannend. Door de frontlinie zitten mensen afgesloten en zijn families gesplitst." 

"Mensen proberen hun leven weer een beetje op te pakken. Vroeger hadden ze net zo'n leven als Nederlanders, en nu zitten ze onder de armoedegrens. Ze zijn hun dromen en hun vrijheid verloren."

STER reclame