NOS

Lowlanders verslepen lichamen voor de wetenschap

Stel: je hebt net iemand vermoord en je moet het lijk binnen 20 seconden wegslepen terwijl je de sirenes al dichterbij hoort komen. Hoe zou je het lichaam verslepen? Die vraag stelt het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) aan Lowlands-bezoekers.

“We willen heel graag weten waar daders sporen achterlaten op hun slachtoffer”, vertelt DNA-deskundige Bas Kokshoorn van het NFI. Die informatie kunnen hij en zijn collega’s in de toekomst gebruiken om daders sneller op te sporen.

Experiment

Het experiment op Lowlands werkt zo: één iemand speelt het slachtoffer en gaat op de grond liggen, de ander is de dader en moet zijn handen insmeren met een speciaal soort onzichtbare gel. De dader versleept het lichaam binnen 20 seconden naar de andere kant van de ruimte.

Op de plekken waar de dader het slachtoffer heeft vastgepakt, blijft gel achter. Die zijn alleen te zien als het slachtoffer vervolgens in een donkere kamer in het blacklight gaat staan. De onderzoekers noteren vervolgens waar precies het slachtoffer is aangeraakt.

NOS
Gel met DNA

De experts van het NFI weten natuurlijk al wel redelijk goed waar ze naar DNA-sporen moeten zoeken, maar het is nooit écht goed wetenschappelijk onderzocht.

Zo is het goed mogelijk dat vrouwen anders slepen dan mannen, dikke mensen een lichaam op een andere manier beetpakken dan dunne mensen en dat lange mensen op andere plekken sporen achterlaten dan kleine mensen.

Lichamen slepen op Lowlands

En dat kan gevolgen hebben voor het werk van Kokshoorn en zijn collega’s. “Straks hopen we te kunnen zeggen dat als iemand zo lang is en dat gewicht heeft, het waarschijnlijk is dat hij het lichaam zo heeft vastgepakt”, zegt Kokshoorn. “Dan gaan we op die plekken op zoek naar DNA."

Veters

Tijdens het experiment op Lowlands blijkt dat de meeste mensen elkaar aan de voeten of armen verslepen. Deelnemer Dushanty, die de veel grotere Tim moest verslepen, had een originelere oplossing: “Ik heb met twee vingers achter zijn veters gehaakt”. “En vervolgens naar de andere kant gesleept. Die techniek kwam me opeens binnenvallen. Ik dacht: hoe kan ik hem goed vastpakken zonder hem aan te raken?”

En haar techniek blijkt goed te werken, want er zijn na het experiment maar weinig sporen op Tim te vinden. “Ik hoor dat ik de eerste ben die iemand aan de veters versleept”, vertelt ze lachend.

DNA-deskundige Kokshoorn zou zelf een andere sleeptechniek kiezen: “Het hangt af van de persoon waar het om gaat, maar denk dat het aan de enkels slepen het snelst is.”

Maar hoe je het ook doet, de perfecte moord bestaat volgens Kokshoorn écht niet. “Je laat bij een misdaad ontzettend veel sporen achter. Er wordt altijd wel iets gevonden.”

Deel artikel: