ANP
Nieuwsuur

15 procent van de brandweervrijwilligers dreigt ermee te stoppen als de voorgenomen hervorming van het brandweerstelsel doorgaat. Dat blijkt uit documenten van het Veiligheidsberaad die in handen zijn van Nieuwsuur.

Een dergelijke leegloop bij de brandweer kan grote consequenties hebben voor de veiligheid, want de Nederlandse brandweer bestaat voor maar liefst 80 procent uit vrijwilligers.

Vooral in regio's als Zeeland, die hoofdzakelijk afhankelijk zijn van vrijwilligers, zullen de gevolgen van minder vrijwilligers erg zichtbaar zijn. "Dan is daar eigenlijk helemaal geen brandweerzorg meer", zegt Tijs van Lieshout, voorzitter van Brandweer Nederland. In stedelijk gebied, waar met name beroepskrachten werken, zal de brandweer volgens Van Lieshout iets later komen.

'Gelijk werk moet gelijk beloond worden'

Doorn in het oog van de vrijwilligers zijn de voorgenomen hervormingen bij de brandweer. Het Veiligheidsberaad werkte jarenlang aan het plan, omdat het huidige stelsel in strijd is met de Europese regels. Veel brandweervrijwilligers doen precies hetzelfde werk en zijn precies hetzelfde opgeleid als hun beroepscollega's. Europees recht stelt dat gelijk werk, gelijk beloond moet worden: vrijwilligers zouden dus eigenlijk als beroepsbrandweer moeten worden aangemerkt.

Ondertussen worstelt de brandweer al jaren met het werven van voldoende vrijwilligers. "Als 15 procent stopt, zal het lastig zijn om hen te vervangen", zegt Van Lieshout. Het werven en trainen van nieuwe vrijwilligers duurt lang en is kostbaar.

De Algemene Rekenkamer waarschuwde het ministerie van Justitie en Veiligheid vorige week al voor een krappe bezetting bij de brandweer. De bestrijding van twee grote natuurbranden in 2020 ging maar net goed, mede door een iets hogere beschikbaarheid van brandweervrijwilligers door de coronacrisis. Maar volgens de Rekenkamer is een soortgelijke brand in de toekomst een "reëel risico".

Vrijwilligers willen geen tweederangs brandweer zijn.

Marcel Dokter, voorzitter van de Vakvereniging voor Brandweervrijwilligers

Demissionair minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid wil de vrijwilligers behouden, maar vindt het ook "van het grootste belang" dat de brandweer aan de regels voldoet, schreef hij deze maand in een brief aan de Tweede Kamer. Daarom wil de minister nu de eerste stap nemen. De veiligheidsregio's gaan over de brandweer, dus is het volgens de minister nu aan hen "om invulling te geven aan hun verantwoordelijkheid als werkgever".

Die eerste stap houdt in dat vrijwilligers zelf bepalen of ze naar de kazerne komen als de pieper afgaat. Ook verplicht overnachten op de kazerne of een opkomstplicht volgens een rooster is niet meer toegestaan. Als brandweermensen wel verplicht moeten uitrukken, krijgen ze een arbeidscontract en zijn ze dus geen vrijwilliger meer.

Marcel Dokter, voorzitter van de Vakvereniging voor Brandweervrijwilligers, vindt dit deel van het plan een goed idee, als het daarbij blijft. Ook wat Van Lieshout van Brandweer Nederland betreft blijft het bij deze eerste stap, maar volgens juristen van landsadvocaat Pels Rijcken moet de brandweer het totale pakket aan maatregelen invoeren om aan de wet te voldoen.

Minder taken

De rest van het plan houdt in dat de vrijwilligers minder taken mogen uitvoeren dan hun beroepscollega's. Voorlichting geven is er dan niet meer bij. Ook mogen ze geen gecompliceerde branden meer blussen en is maximaal één specialisme toegestaan, zoals beknelde mensen uit een auto knippen of met een boot uit het water redden.

Dat gaat een deel van de vrijwilligers te ver. Juist de professionaliteit maakt het werk aantrekkelijk voor hen, zegt voorzitter van de Vakvereniging voor Brandweervrijwilligers Marcel Dokter. "Vrijwilligers willen geen tweederangs brandweer zijn."

De taakdifferentiatie brengt naast grote personele veranderingen ook meer kosten met zich mee. Jaarlijks is er 75 miljoen euro extra nodig. Op dit moment zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het grootste deel van het brandweerbudget. Om de extra kosten te dekken, vraagt de organisatie om extra geld van het Rijk via een brief "aan de kabinetsformateur om te wijzen op het belang van financiële compensatie", blijkt uit interne stukken.

Donderdag debatteert de Tweede Kamer met minister Grapperhaus over de taakdifferentiatie.

STER reclame