De laatste flamenco Nieuwsuur
Nieuwsuur

De coronacrisis maakt korte metten met de Spaanse flamenco. Door alle regels sloten in het land de bijna honderd zalen waar flamenco wordt gespeeld, de tablaos. Een derde daarvan ging daardoor al failliet. Het deel dat zich overeind houdt, vreest de genadeklap.

In Madrid is de beroemde zaal Corral de la Moreria al meer dan een jaar gesloten. Terrassen in de stad mogen open zijn, maar voorstellingen in zalen zijn door de regering verboden. De kaalslag wordt langzaam zichtbaar: van de 22 Madrileense tablaos sloten er al zes voor altijd. Door de sluitingen staan honderden artiesten op straat.

"Muzikanten zoeken baantjes als loodgieter en elektricien om te overleven", zegt Juanma Del Rey, directeur van de Corral de la Moreria. Tot de crisis toesloeg, was zijn zaal eigenlijk nooit gesloten en waren er avond na avond wachtlijsten om de voorstellingen te zien. In de zaal zat ooit Che Guevara tijdens een geheim bezoek aan Madrid. En ook zanger Bono, Harrison Ford, Kiss, politici uit de hele wereld. De Corral was legendarisch.

Directeur Juanma Del Rey op het podium van het 'Corral' Nieuwsuur / Rop Zoutberg

Belén López danst voor Nieuwsuur in de verlaten zaal van Corral de la Moreria. Het getik van haar hakken echoën tegen de muren. Sinds maart vorig jaar treedt López niet meer op. "De zalen gaan gewoon failliet. Omdat niemand zich druk maakt. We werden ontvangen op het ministerie en de minister kwam niet eens opdagen."

Het is een strop om de hals van artiesten, zegt Belén López. Ook directeur Del Rey noemt het een intens trieste situatie:

'Het is een strop om de hals van artiesten'

Del Rey vreest dat het voor hem is afgelopen, als er niet snel hulp komt. Hij is boos dat de overheid weinig onderneemt voor de sector, die erkend is als cultureel erfgoed. Arbeidstijdverkortingen zijn niet voldoende, omdat ook andere kosten maand na maand doorgaan. "Zalen gaan failliet en keren nooit meer terug. Dat komt door de centrale plekken waar de tablaos zitten. Die verdwijnen gewoon, want er vestigt zich bijvoorbeeld een tapasbar."

De geschiedenis van de zalen gaat twee eeuwen terug. Razend populair in Spanje was midden negentiende eeuw het café cantante. Een café waar je een wijntje dronk en waar een gitarist speelde, of een danseres danste.

Begin twintigste eeuw verdwenen de cafés, maar in de jaren vijftig werd het idee afgestoft. Restauranthouders kopiëren ook de formule van Amerikaanse jazzclubs. De tablaos stuwen de kwaliteit van de flamenco omhoog.

Zwart geklede danseres

De zalen geven werk aan 95 procent van de flamenco-artiesten, legt Del Rey uit. "Een van de belangrijkste uitingen van onze cultuur verdwijnt als er niets gebeurt. Ik snap eigenlijk niet goed waarom het zo stil blijft. Flamenco is iets van alle Spanjaarden en we moeten die cultuur verdedigen. Want anders gaat het dood, verdwijnt het voor altijd."

Hetzelfde beaamt Jonathan Miró, directeur van de failliete tablao Villa Rosa in het toeristische centrum van Madrid. "Het moment dat we echt dichtgingen was keihard. Je beseft dat het voorbij is, en niemand is zich daarvan bewust. Niemand doet iets."

Bij het afscheid van de zaal trad een in het zwart geklede danseres voor de afgegrendelde hekken op. Vanaf een balkon werden jurken van voorstellingen voor altijd op straat gegooid.

STER reclame