Nieuwsuur
AFP

"We zijn optimistisch dat de Nederlanders na hun kritiek zullen bijdragen aan wat volgens hen nodig is in Syrië." Dat zegt de ambassadeur van de VS in Nederland vandaag in de Volkskrant.

Vorig jaar kondigde de Amerikanen aan te vertrekken uit Syrië omdat terreurorganisatie IS zou zijn verslagen. Nederland vond dat een slecht idee. "We hebben naar jullie kritiek geluisterd", zegt de ambassadeur nu. "We vragen jullie hulp".

Het verzoek plaatst het kabinet voor een lastig dilemma. Want militaire missies liggen politiek uiterst gevoelig. Maar de coalitie lijkt vooralsnog welwillend te zijn.

Probleem van Europa

Colin Clarke is Midden-Oosten-onderzoeker aan het Soufan Center in Pittsburgh. Hij schreef het boek After the Caliphate, maar is ervan overtuigd dat de strijd tegen IS nog niet voorbij is. "We moeten ervoor zorgen dat IS, dat zijn kalifaat kwijt is, zich niet meer kan hergroeperen."

'Amerikanen voeren via de media de druk op'

Clarke zegt dat er cellen zijn overgebleven die aanslagen plegen. "In de eerste drie maanden van dit jaar waren er in Syrië negentig aanslagen. Iedereen in Europa zou zich moeten afvragen: wat kunnen we doen? Veel islamitische strijders kwamen uit Europa, dit is meer een probleem van Europa dan van Amerika."

Hij vraagt zich ook af wat er gebeurt met de strijders die zijn achtergebleven, of die vastzitten in de kampen in Syrië en Noord-Irak. "Mannen, vrouwen en kinderen. Je kunt ze daar niet eeuwig laten zitten in kampen die door Syrische en Koerdische strijders worden bewaakt."

Wat zal Amerika van Nederland vragen? Boots on the ground, het inzetten van grote aantallen grondtroepen, is volgens Clarke niet het idee. "Het zal vooral gaan om specialisten. En mensen die weten wat je moet doen met de achtergebleven jihadisten. Er gingen strijders uit tachtig landen naar Syrië en Irak. Laten die landen nu ook samenwerken om het probleem op te lossen."

STER reclame