Nieuwsuur Binnenland

'Het Nederlandse boerenlandschap is dood, geen dier of plant te bekennen'

Nieuwsuur

"Een glad geschoven, monotone grasmat, dat is het geworden. En we vragen ons af hoeveel leven hierin zit." Tryntsje de Lang en Sikke Lautenbach uit het Friese dorpje Bitgummole hebben hun omgeving de afgelopen decennia ingrijpend zien veranderen. Het landschap van vroeger is niet meer.

En dat is niet alleen zo in Friesland: overal in Nederland wordt het platteland steeds kaler en eenvormiger. Intensieve landbouw en veeteelt leiden tot rechte kavels, gedempte sloten en overal hetzelfde soort gras. Volgens Frank Berendse, hoogleraar Natuurbeheer, verdwijnt de natuur letterlijk.

"Vijftig jaar geleden was het een groot plezier om door het Nederlandse boerenland te fietsen. Het zat vol met weidevogels en bloemen. Als ik nu naar het landschap kijk dan voel ik een diepe pijn", zegt Berendse. "Het zijn eigenlijk dode landschappen geworden, doordrenkt met mest en landbouwgif."

Akkerbouwer Michiel van Andel ziet toch iets anders als hij om zich heen kijkt. "Ik vind het hier prachtig. Als de gewassen straks weer groeien dan zie je allemaal verschillende mooie kleurtjes." Maar natuur is het niet, zegt hij. "Als boer ben je wel met de natuur bezig en je bent er ook afhankelijk van. Maar het is bouwgrond."

Berendse is het daar niet mee eens. "Een heel groot deel van het Nederlandse landoppervlak wordt gebruikt voor landbouw. Alleen daarom al is het zo belangrijk voor wilde planten en dieren. Die moeten we weer terug zien te krijgen. Want met die 13 procent aan natuurgebied in Nederland redden we het niet."

Een klein stukje land met wat bomen eromheen, dat werkt nu niet meer. Dat is niet meer van deze tijd,

Albrecht Wartena, boer in Friesland

De Friese boer Albrecht Wartena vindt dat we moeten accepteren dat het landschap nou eenmaal verandert. "Dat is door de eeuwen heen altijd zo geweest. Er was kleinschalige landbouw en nu wordt de landbouw grootschaliger. Een klein stukje land met wat bomen eromheen, dat werkt nu niet meer. Dat is niet meer van deze tijd."

Tryntsje de Lang werpt tegen dat het niet gaat om het bewaren van het gehele landschap, maar om elementen daarvan. "Zodat je kunt zien hoe het vroeger was. Bij oude binnensteden is dat bijvoorbeeld heel gewoon. Bij een historisch landschap zou je ook de gulheid moeten hebben om iets te bewaren."

Boeren met de natuur

Op sommige plekken is het oude cultuurlandschap nog bewaard gebleven, zoals bij het Friese Jorwerd. Boer Auke Stremler stapte een paar jaar geleden over van intensieve naar biologische veeteelt en boert nu met de natuur. Hij maait minder om de weidevogels te ontzien en gebruikt minder kunstmest.

Ook heeft hij andere grassoorten op zijn land. "Het normale grasland heeft één kleur groen, als een soort biljartlaken. Daar komen geen insecten en vogels op af. Dat heeft alleen productie als doel, dit heeft een dubbel doel." En het werkt ook echt, zegt Stremler. "De biodiversiteit neemt hier toe."

Maar lang niet iedere boer kan overstappen op biologische teelt, daarvoor is de vraag naar biologische producten veel te klein. Van Andel pleit daarom voor landbouw op de goede plekken. "Op een efficiënte manier met goede opbrengsten. Op die manier houd je zoveel mogelijk ruimte over voor echte natuur."

Niet extra betalen

Uiteindelijk is het allemaal een kwestie van geld. Omdat voedsel zo goedkoop is, worden boeren gedwongen intensief te produceren. En dat gaat ten koste van het oude cultuurlandschap. Volgens de boer in het Friese Bitgummole wil de consument niet extra betalen voor biologisch vlees, laat staan voor natuurbehoud.

Toch denkt bewoner Sikke Lautenbach daar heel anders over. "Over tien jaar boeren we in Nederland heel anders dan nu. De weerstand vanuit de gemeenschap zal steeds groter worden. Men wil best meer betalen voor het product, maar de natuur moet dan wel blijven bestaan."

STER reclame