Nieuwsuur

Uitgeprocedeerde asielzoekers: te weinig cijfers voor inzicht in beleid

Aangepast
NOS

Het is niet vast te stellen met welke opvang en begeleiding uitgeprocedeerde asielzoekers het snelst uit Nederland vertrekken. Ondanks jarenlange politieke discussie ontbreken de cijfers om een vergelijking te maken tussen de verschillende opvangvormen die gemeenten aanbieden. Ook de vergelijking met het Rijk is moeilijk te maken.

Dat concludeert onderzoeksbureau Pro Facto, dat onderzoek deed in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid. "De informatie over terugkeer en uitstroom vanuit bed-bad-broodvoorzieningen is in veel gevallen slecht vergelijkbaar en veelal onvolledig gebleken. Er is bovendien sprake van een systematische asymmetrie in beschikbaarheid van gegevens tussen de verschillende gemeenten", zo staat in het rapport.

Moeizaam compromis

Door de kraakacties van de beweging We are Here en het plan van Amsterdam om een grote opvanglocatie op te richten, is de discussie over de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers weer helemaal terug op de politieke agenda. Drie jaar geleden viel er bijna een kabinet over bed, bad en brood. Maar het moeizaam bereikte compromis tussen VVD en PvdA is nooit uitgevoerd omdat er onenigheid bleef bestaan tussen het Rijk en gemeenten.

Een afgewezen asielzoeker krijgt vier weken om Nederland te verlaten. In die periode mag hij of zij nog in een asielzoekerscentrum blijven wonen. werkt de asielzoeker mee aan zijn terugkeer, dan is er nog recht op twaalf weken opvang in een speciale locatie in Ter Apel. Gezinnen met kinderen onder de 18 jaar krijgen sowieso opvang in een van de zes gezinslocaties.

Andere uitgeprocedeerden, die niet kunnen of willen vertrekken, staan in principe op straat. Maar een kleine veertig gemeenten biedt hen toch opvang aan. De vorm van die opvang verschilt nogal. Soms is het letterlijk bed-bad-brood. En soms is het 24-uursopvang met intensieve begeleiding.

Ook in het nieuwe regeerakkoord is weer afgesproken om de opvang te beperken tot acht locaties in het land, waar alleen mensen mogen verblijven die meewerken aan hun terugkeer. Gemeenten moeten stoppen met hun eigen opvang, want die ondermijnt het terugkeerbeleid, zo vindt het Rijk. Maar ook nu is er nog steeds geen overeenstemming bereikt met de gemeenten, want die vinden de eisen van het kabinet te rigide.

Om te bepalen welke opvang in de praktijk het beste werkt en de meeste kans biedt dat een uitgeprocedeerde asielzoeker Nederland ook daadwerkelijk verlaat, vergeleek Pro Facto alle verschillende soorten opvang. Maar er ontbreken dus veel cijfers en bovendien zijn er veel verschillen.

Stabiele leefsituatie

Zo komt 85 procent van de uitgeprocedeerden die in de zogenoemde bed-bad-brood-locaties van de gemeenten zitten, niet uit een - door de overheid aangemerkt - veilig land. Terwijl in het vertrekcentrum van het Rijk meer dan de helft komt uit Europese landen (van buiten de EU) en vrij makkelijk terug kan.

Wel constateert Pro Facto dat bij gemeenten grote overeenstemming bestaat over factoren die de kans op vertrek vergroten: zo helpt het enorm als de leefsituatie stabiel is, waarvoor meer nodig is dan alleen nachtopvang. Het is belangrijk dat overdag begeleiding wordt geboden en er de mogelijkheid is om iets te doen.

Bovendien moeten de uitgeprocedeerden ervan overtuigd zijn dat de juridische mogelijkheden zijn uitgeput. Omdat een aanzienlijk deel van mensen uit de bed-bad-brood-locaties toch nog een vergunning heeft gekregen, is dat vaak lastig.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Hoe krijg je uitgeprocedeerde asielzoekers het land uit?
Nieuwsuur

Nieuwsuur is een programma van

STER Reclame