Nieuwsuur
HH | Jan Lankveld

Het is nu officieel: een meerderheid heeft zich in het referendum van vorige week tegen de nieuwe inlichtingenwet gekeerd. Dat betekent dat het kabinet nog een keer over de wet moet praten. Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken heeft gezegd dat ze "recht" wil doen aan de uitslag.

De nieuwe inlichtingenwet geeft de Nederlandse geheime diensten meer bevoegdheden. De diensten mogen het internet op grote schaal aftappen, en die gegevens - ook ongezien - doorsturen naar het buitenland. En dat laatste is een van de grote kritiekpunten van tegenstanders van de wet.

Als de minister tegemoet wil komen aan de tegenstem, dan heeft Lector Veiligheid en Rechtsstaat Quirine Eijkman wel wat opties in gedachten. Bijvoorbeeld als het gaat om de controle op het delen van 'bulkdata'. "Die controle is er wel, maar het is de vraag of het voldoende is."

Volgens Eijkman zou het een idee zijn als niet alleen de minister toestemming moet geven voor het delen van bulkdata, maar ook de TIB, de nieuwe commissie die vooraf moet toetsen of de diensten hun bevoegdheden mogen uitvoeren. "Dat zou extra bescherming geven."

Pim Takkenberg noemt de optie onnodig bureaucratisch. Hij werkte zelf in de inlichtingenwereld en heeft nu een eigen beveiligingsbedrijf, Northwave. Volgens hem schiet het niet erg op als een andere commissie ook nog een controle uitvoert. "Zij kunnen ook niet naar de inhoud van de data kijken."

De nieuwe inlichtingenwet: dit moet je weten

Takkenberg snapt wel dat er onrust is over het delen van bulkdata, maar vindt die onrust niet reëel. "Natuurlijk kan die informatie gedeeld worden, maar het lijkt mij onwaarschijnlijk. Je deelt in principe alleen informatie die voor anderen interessant is, maar dan moet je wel weten wat erin staat."

Grote digitale snelweg

Nederland is internationaal gezien wel een belangrijke speler, zegt Takkenberg. "We hebben een goede digitale infrastructuur en zitten tussen de westerse en oosterse wereld in. Bovendien loopt een van de grootste internetknooppunten van de wereld door Nederland."

Onze belangrijkste samenwerkingspartners als het gaat om het delen van data zitten in Europa, zegt Takkenberg. "Het gaat om landen met vergelijkbare problemen, zoals als cyberaanvallen en terreur. En waar ook de politieke systemen redelijk vergelijkbaar zijn."

Beschermen van het eigen land

Als de minister de wet wil aanpassen, zou ze ook de inlichtingenwetten van buurlanden er nog eens bij kunnen pakken, zegt Eijkman. Bijvoorbeeld die van Duitsland. De diensten daar mogen niet op grote schaal bulkdata van Duitsers delen met het buitenland.

"Daar is heel strenge controle op. Voor niet-Duitsers gelden wel minder strenge regels, maar daar is ook toezicht op. Niet dat ze in Duitsland het perfect doen, maar ze zijn wel meer gericht op het beschermen van het eigen land."

Takkenberg vindt Duitsland niet het beste voorbeeld. "Ik denk dat Duitsland een uitzondering is. Dat heeft te maken met de geschiedenis van het land. Maar volgens mij is de dienst daar minder effectief en bureaucratischer. Die kant willen we niet op."

Hij vindt dat minister Ollongren moet doorgaan met de wet. Wat hem zelf betreft hoeft er niks worden aangepast. "Zoals het nu gaat, is het goed geregeld. We moeten niet langer wachten met de invoering van deze wet. Daarvoor is het te belangrijk."

Meerderheid tegen inlichtingenwet, hoe nu verder?

STER reclame