Nieuwsuur

Rotterdamse agente: 'geen hoofddoek dragen voelt onnatuurlijk'

Aangepast
Hollandse Hoogte

Het ging Sarah Izat, de Rotterdamse agente die een klacht indiende bij het College voor de Rechten van de Mens, vooral om de verbinding binnen het corps. "Diversiteit is niet het eindpunt, maar het startpunt."

Haar werkgever, de politie, verbood haar een hoofddoek te dragen. Vandaag oordeelde het College dat daarmee "een verboden onderscheid op grond van godsdienst wordt gemaakt" waardoor Izat wordt gediscrimineerd. Het oordeel is niet bindend, maar wel gezaghebbend.

Izat hoopt dat hiermee een punt wordt gemaakt, niet alleen voor haar eigen situatie. "Het gaat niet om mij, ik doe dit voor een hele grote groep."

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

'Ik hoop dat de samenleving moslima's kan accepteren'

De Rotterdamse agente neemt onder meer 3D-aangiftes op waarbij ze in beeld komt. Ze mag dat doen met een hoofddoek op, maar alleen als ze burgerkleding draagt. Al haar collega's dragen wel een uniform bij het opnemen van de aangiftes.

De hoofddoek is vergroeid met haar identiteit. "Het voelt voor mij nu heel onnatuurlijk om geen hoofddoek te dragen. Het was de eerste bewuste en vrije keuze die ik heb gemaakt in mijn leven", zegt Izat, die niet denkt dat het van de een op de andere dag geregeld zal zijn. "Maar hopelijk kan de politie nu verder kijken naar vervolgstappen op het gebied van de hoofddoek."

Agent Izat zegt dat de liefde voor de organisatie bij de politieagenten heel groot is. "Vrouwen willen graag de staat dienen en bijdragen aan een sterker Nederland. Zo voel ik dat ook. Ik geef me weg aan de samenleving, maar hoop ook dat die samenleving moslima's accepteert."

Objectief en veilig

De politie verbiedt medewerkers om in combinatie met het uniform een hoofddoek te dragen om twee belangrijke redenen: om te vermijden dat de politie als niet-objectief wordt gezien en voor de veiligheid van medewerkers.

Het eerste argument is volgens het College in dit geval maar in geringe mate aan de orde. De vrouw verricht administratief werk door aangiften op te nemen en bepaalt niet wat er verder mee gebeurt. Dat een verbod niet echt nodig is, wordt gesteund door het feit dat het korps haar nu ook laat werken met een hoofddoek op.

In beeld

"Hoewel zij dan burgerkleding draagt, is zij op dat moment onmiskenbaar als politieambtenaar bij de burger in beeld", schrijft het College. Het veiligheidsargument geldt ook niet. De vrouw zit tijdens de 3D-aangifte in een andere ruimte dan de burger, haar veiligheid is dus niet in het geding.

De politie gaat het oordeel van het College grondig bestuderen. "Het oordeel kent verschillende juridische facetten", is de reactie. De bestudering zal in samenspraak zijn met het ministerie dat verantwoordelijk is voor het onderliggende beleid.

De politie heeft tot 18 december 2017 om te reageren op het oordeel van het College.