Nieuwsuur

'Weinig verbetering in kledingindustrie drie jaar na ramp'

NOS

De meeste Nederlandse kledingmerken doen nauwelijks iets aan duurzaamheid en verbetering van de arbeidsomstandigheden bij de productie in lagelonenlanden. Dat blijkt uit onderzoek van Rank a Brand

Bijna drie jaar nadat de kledingfabriek Rana Plaza in Bangladesh instortte en aan 1133 mensen het leven kostte, is er pas een voorzichtig begin gemaakt.

'Weinig verbetering in kledingindustrie drie jaar na ramp'

"Bedrijven nemen duurzaamheid en arbeidsomstandigheden iets serieuzer en rapporteren er wat meer over. Maar echte verbeteringen kunnen we nauwelijks constateren", vertelt Radboud van Delft van Rank a Brand.

Het blijft volgens Van Delft vaak bij mooie woorden. "We zien weinig verbetering in het uitbetalen van hogere lonen, normale werkdagen of veilige werkomstandigheden." 

Nauwelijks duurzaam

Ruim honderd kledingmerken werden door het Nederlandse Rank a Brand onder de loep genomen. Slechts twee merken presteren over het algemeen goed: de spijkerbroekmerken Kings of Indigo en Kuyichi

De overgrote meerderheid, ruim tachtig procent, krijgt het E-label. Dit laagste label houdt in dat merken niet of nauwelijks duurzaam zijn. De Bijenkorf, Scapino, Gaastra, Oilily, V&D, Action en Wibra zijn merken in deze categorie.  

"Het belangrijkste is dat deze merken niet of nauwelijks rapporteren over duurzaamheid en onder welke omstandigheden de kleding wordt gemaakt. Dat betekent dat ze er waarschijnlijk ook niet zoveel aan doen." 

Er is geen verschil tussen dure en goedkope merken.

Radboud van Delft

Uit de vandaag gepubliceerde Transparency Index 2016, blijkt ook dat veel internationale merken, zoals Chanel Forever 21 en Prada, niet transparant zijn over hoe hun producten worden gemaakt.  

Volgens Van Delft is er geen verschil tussen dure en goedkope merken. Primark is bijvoorbeeld opener en transparanter over waar de kleding wordt gemaakt dan Gucci.

De ramp in de textielfabriek Rana Plaza in Bangladesh, 24 april 2013 EPA

Veel kledingmerken sloten zich na het instorten van het Rana Plaza-gebouw aan bij een akkoord dat de kledingindustrie in Bangladesh veiliger moest maken. 

Het Bangladesh-akkoord had alleen betrekking op Bengaalse werknemers in de textielindustrie. Het Nederlandse textielconvenant dat er sinds vorige maand is, geldt voor alle landen. 

Drie brancheorganisaties, twee vakbonden en vijf maatschappelijke organisaties sloten het textielconvenant. Daarin zijn afspraken gemaakt over arbeidsomstandigheden en het milieu. Bedrijven mogen zelf beslissen of ze meedoen.

Volgens minister Lilliane Ploumen is het convenant een stap vooruit. "Niemand ter wereld heeft dit nog. Consumenten kunnen straks met een gerust hart bij de deelnemende bedrijven kleding kopen." 

#WhoMadeMyClothes? 

Komende zondag wordt actie gevoerd tijdens de Fashion Revolution Day, de dag dat de Rana Plaza kledingfabriek instortte. Consumenten kunnen via sociale media vragen aan kledingmerken waar hun kleding vandaan komt. 

12-jarig jongetje: wat zou je ervan vinden als ik dat jasje in een arm land zou hebben gemaakt?