Nieuwsuur

VN-rapport kritisch over discriminatie in Nederland

ANP

De Nederlandse overheid moet actief bijdragen aan de uitbanning van negatieve stereotyperingen die aan de persoon Zwarte Piet vastzitten. Dan gaat het bijvoorbeeld om kenmerken die mensen doen denken aan het slavernijverleden. Dat adviseert het VN-comité dat optreedt tegen rassendiscriminatie.

Onder de loep

Eens in de vijf jaar wordt elk land dat het VN-verdrag over anti-discriminatie heeft ondertekend onder de loep genomen. Dan wordt ook bekeken wat regeringen hebben gedaan met de vorige aanbevelingen van de commissie.

In Nieuwsuur een gesprek met minister Lodewijk Asscher van Integratie en Marc Bossuyt, lid van de VN-commissie tegen racisme en discriminatie.

VN-rapport kritisch over discriminatie in Nederland

In het rapport staat dat er een nationaal actieplan tegen rassendiscriminatie moet komen, onder meer omdat de Nederlandse politie zich schuldig maakt aan discriminatie. Er moet meer worden gedaan tegen racistisch pestgedrag op scholen en het onderwijs moet meer aandacht besteden aan het Nederlandse slavernijverleden.

Traditie

Minister Lodewijk Asscher (Integratie) sluit zich aan bij conclusies in het VN-rapport over Zwarte Piet. "Ik vind het goed dat ze niet zeggen dat de overheid Zwarte Piet moet verbieden. Ze geven aan dat de traditie er voor iedereen moet zijn, dat is precies wat ik ook zeg. Ook al is het een oude traditie, de overheid moet zich ervoor inspannen dat het een feest is voor iedereen en daar ben ik het mee eens."

Volgens Asscher is de traditie al heel snel aan het veranderen, met creatieve invullingen van gekleurde pieten. Asscher gaat zorgen dat het debat tussen voor- en tegenstanders op een 'normale en beschaafde manier' verder kan. Iets opleggen of verbieden wil hij zeker niet. 

Vijf jaar geleden ging het VN-rapport nog over andere dingen. Zo stelde het VN-comité toen dat er met name wordt gediscrimineerd door en bij fitnesscentra, horecagelegenheden en amusementsbedrijven.

Inburgeringsexamen

Ook veroordeelde het comité het feit dat bij gezinsherenigingen bepaalde migranten eerst in het buitenland een inburgeringsexamen moeten afleggen. "Dit leidt tot discriminatie op grond van nationaliteit, vooral tussen burgers uit westerse en niet-westerse landen." Het advies destijds: schaf het inburgeringsexamen in het buitenland af.

Verder was er kritiek dat het Nederlandse antidiscriminatiebeleid niet langer is gericht op specifieke groepen. Ook in het onderwijs was er in 2009 nog veel te verbeteren: "Er is een feitelijke rassenscheiding tussen onderwijsinstellingen, met name in het lagere en middelbaar onderwijs. Dat probleem is niet minder geworden."

Politiek

Er was ook zorg over het aantal racistische en xenofobe uitspraken van enkele politieke partijen. Nederland, zo oordeelde het Comité toen, moet meer doen om racistische uitspraken van politieke partijen tegen te gaan.