Nieuwsuur
AFP

Tienduizenden migranten uit Afrika haalden dit jaar in gammele bootjes de oversteek naar Europa. Na aankomst in Italië hopen zij een nieuw leven op te bouwen. Een substantieel deel van hen komt uit Gambia.

Terwijl Europa zich ernstig zorgen maakt om de toestroom aan migranten, worstelt het West-Afrikaanse land met het vertrek van veel jongeren. Er zijn dorpen waar een groot deel van de jonge mannelijke bevolking is verdwenen. Organisaties en de overheid proberen de jongeren tegen te houden de gevaarlijke oversteek te maken.

In Nieuwsuur een reportage van Afrika-correspondent Kees Broere.

'Ga niet naar Europa'

Smokkelnetwerken

Gambia is een van de kleinste landen op het continent met bijna 2 miljoen inwoners. Veel Gambianen willen er weg vanwege armoede en weinig vooruitzicht op werk. Momodou Sanneh wil ook weg. Zo’n 4.800 landgenoten gingen hem dit jaar al voor en bereikten Europa.

"Met het geld dat ik spaar kan ik de illegale route nemen. Van Gambia kom ik in Senegal. Vanuit Senegal bereik ik Mali om uiteindelijk via Niger in Libië aan te komen. In de hoofdstad Tripoli werk je een tijdje tot je iemand vindt die je kan helpen.”

In de afgelopen twee jaar zijn de smokkelnetwerken enorm gegroeid. Door het afzetten van de Libische leider Khadafi en de chaos die daarop volgde zijn de kusten van Libië onbewaakt. Het is voor smokkelaars vrij eenvoudig om duizenden mensen in bootjes de zee op te sturen.

Voordat migranten de Libische kust halen, hebben zij duizenden kilometers afgelegd door Afrika. En zeker niet zonder risico. Tijdens de route naar Libië is er het gevaar van ontvoering, afpersing en seksueel misbruik.

Backway

De illegale route om Europa te bereiken wordt in Gambia ‘the backway’ genoemd, de achterdeur naar Europa. Ngo’s en de overheid proberen de bevolking te waarschuwen voor de gevaren. Zo is er op de radio het lied ‘Backway bad way’ te horen, gesponsord door de Amerikaanse ambassade.

En langs de weg staan borden van de overheid met de tekst ‘Say no to the Backway’. Ook proberen ze jongeren perspectief te bieden in hun eigen land. Zo leert organisatie Yep!Africa aan jongeren hoe ze hun eigen bedrijfje kunnen starten.

Jongeren denken dat in Europa het geld aan de bomen groeit. Ze denken dat het daar makkelijker is om banen te vinden, dat ze in Europa meer geld zullen verdienen.

Dembo Kuyate, Yep!Africa

Mythes

Ook Tida Jallow leerde via de organisatie hoe ze een bedrijfsplan moest maken. Inmiddels heeft ze een kledingwinkel, een cosmeticabedrijfje en is ze ‘ondernemer van het jaar’ geworden. Ze probeert nu andere jongeren aan te sporen het in Gambia te maken. “Wat ik steeds aan mensen vertel is: geloof in jezelf, geloof in je eigen kunnen.”

Yep!Africa gaat samen met de Nationale Jeugdraad van Gambia de dorpen in om voorlichting te geven over de gevaarlijke route en om mythes weg te nemen over Europa. Dembo Kuyate van Yep!Africa: "Jongeren denken dat in Europa het geld aan de bomen groeit. Ze denken dat het daar makkelijker is om banen te vinden, dat ze in Europa meer geld zullen verdienen. Het is moeilijk om hen van dit beeld af te brengen.” 

Via voorlichting hopen ze de jongeren en hun ouders duidelijk te maken dat Europa te maken heeft (gehad) met een economische crisis en dat het heel moeilijk is om daar als migrant een bestaan op te bouwen. 

Volgens Momodou Sanneh, die Gambia wil verlaten, merkt hij niks van de inzet van de overheid. “De overheid moet meer doen om banen te scheppen voor jongeren. Op dit moment gebeurt dat niet.”

Denken we nou echt dat onze regering alles voor ons zal doen? Nee, we moeten het zelf van de grond af opbouwen.

Een Gambiaanse ex-migrant

Een ex-migrant die anoniem wil blijven vindt dat jongeren niet alleen op de overheid moeten leunen. “Veel mensen, zoals die uit Syrië en andere landen, dat zijn echte vluchtelingen. Maar in een land als Gambia rennen we enkel weg voor onrealistische dingen. Wij zijn een derde-wereld land. Denken we nou echt dat onze regering alles voor ons zal doen? Nee, we moeten het zelf van de grond af opbouwen.”

EU-migratietop

Nederland, Duitsland en Frankrijk schreven eind juli een brandbrief aan de EU-buitenlandcoördinator Federica Mogherini. Hierin pleitten ze voor een EU-fonds van 500 miljoen euro om Afrikaanse jongeren aan het werk te helpen. Als er niet snel wat aan de werkloosheid wordt gedaan, komt de stabiliteit van zowel Afrika als Europa in gevaar, schreef minister Ploumen van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking namens Nederland.

Werk en perspectief moet jongeren ervan weerhouden aan een gevaarlijke overtocht naar Europa te beginnen. Op de internationale top over migratie aankomende november hopen de landen groenlicht te krijgen voor dit speciale fonds. 

STER reclame