Nieuwsuur

Zorgen achter de voordeur

Nieuwsuur
Geschreven door
Judith Pennarts
verslaggever zorg
Christel Voorn
redacteur binnenland

Het kabinet wil dat ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen. Dat moet met hulp van de gemeente en met hulp van de wijkverpleegkundige. In Apeldoorn merkt de wijkverpleegkundige op dit moment vooral dat ouderen onzeker en angstig zijn geworden door bezuinigingen op de huishoudelijke hulp en andere gemeentelijke voorzieningen. Volgens wijkverpleegkundige Gerda Geurink vragen haar hoogbejaarde cliënten zich steeds vaker af of dat langer thuis wonen wel gaat lukken. Tegelijkertijd weten ze dat er geen alternatief is. Verzorgingshuizen verdwijnen.

De afgelopen week volgde Nieuwsuur wijkverpleegkundige Gerda Geurink een paar dagen tijdens haar werk. Gerda werkt bij Buurtzorg in de wijk Apeldoorn-Zuid. Buurtzorg is in Apeldoorn een van de grootste zorgaanbieders voor wijkverpleging: er werken 13 teams in de verschillende stadswijken.

Zorgen achter de voordeur

Onzeker

Wijkverpleegkundige Gerda Geurink ziet dat veel mensen minder hulp van de gemeente krijgen. Het Rijk stelt minder budget beschikbaar. Er wordt flink gekort op de huishoudelijke hulp, voorzieningen zoals trapliften worden amper verstrekt en mensen krijgen te horen dat ze eerst zaken moeten oplossen via hun eigen netwerk. Wijkverpleegkundige Geurink: “Mensen zijn onzeker. Ze vragen zich af hoe dat moet als ze langer thuis willen blijven wonen. Ze kunnen het niet alleen. En als daarnaast blijkt dat mensen niet in aanmerking komen voor verzorgingshuizen, dan denken mensen: wat moet ik dan?” Geurink merkt dat veel hoogbejaarden en dementerenden niet goed in staat zijn via hun eigen netwerk zorg en hulp te organiseren. Sommigen hebben nauwelijks een netwerk. 

Fatsoenlijk sociaal klimaat 

Zorgwethouder Paul Blokhuis (CU) van Apeldoorn: “Ik maak me met die mensen ook wel zorgen. Het zou best kunnen dat we aan het eind van het jaar tot de conclusie komen: met de beschikbare middelen redden we het niet om ervoor te zorgen dat er een fatsoenlijk sociaal klimaat blijft bestaan. Maar dan hebben we een veel bredere discussie, dan moeten we wellicht ook naar Den Haag.” 

De meeste wijkverpleegkundigen in ons land zijn net als Gerda dagelijks patiënten aan het verzorgen en verplegen. Ze wassen, kleden aan, verzorgen wonden, geven medicatie, doen stomazorg en meer. Maar het kabinet heeft sinds dit jaar ook een nieuwe wijkverpleegkundige in het leven geroepen, een die geen directe zorg aan patiënten levert. 

In Apeldoorn zijn sinds kort negen van dit soort nieuwe wijkverpleegkundigen die de helft van hun werktijd niet zorgen voor patiënten maar hun tijd moeten gaan besteden aan preventie, signaleren en verbinden. Volgens wethouder Blokhuis is alles nog in de opstartfase: “Als het goed gaat functioneren dan zouden deze professionals de verbinding moeten zijn tussen de medische wereld en het sociale werk van de gemeente.” In Apeldoorn heeft de zorgverzekeraar drie zorgorganisaties uitgekozen die deze nieuwe wijkverpleegkundigen mogen leveren. Een van hen had tot dit jaar geen wijkverpleegkundigen in dienst. 

Zoektocht 

Nieuwsuur filmde een bijeenkomst in Apeldoorn van de nieuwe “schakel” wijkverpleegkundigen. De betrokkenen geven toe dat ze nog niet precies weten wat ze daadwerkelijk gaan doen. Een bloemlezing: “Het is inderdaad nog een zoektocht (…) volgens de wijkagent moeten we iets doen aan taalachterstand (…) het is nog wel pionieren (…) we willen alles verbinden (…) we gaan geen probleem oplossen (…) het is een heel lang proces en nog niet overal even helder nee.” 

‘Bedacht op de tekentafel’

Volgens Jos de Blok, oprichter van Buurtzorg, is het een functie die bedacht is op de tekentafel door bedrijfskundigen. “Het is een onzinnige functie, verbinden en netwerken is onderdeel van het werk van alle wijkverpleegkundigen. Daar moet je geen twee functies van maken.” Ook wijkverpleegkundige Gerda Geurink is kritisch: “Ik zie het gat niet waar ze in willen springen.” De Blok denkt dat wijkverpleegkundigen zich wel gesteund voelen door het kabinetsbeleid in de zin dat ze een belangrijke rol hebben, “maar door de wijze waarop het nu wordt ingevuld en kunstmatig gesplitst, wordt het er voorlopig eerder ingewikkelder van dan eenvoudiger en beter. Stop zo spoedig mogelijk met die splitsing!” 

Wijkverpleegkundige Gerda is volgens eigen zeggen in haar werk ook dagelijks bezig met ‘verbinden’. In het belang van haar cliënten legt ze contact met veel instanties. Ze krijgt ook telefoontjes van de huisarts, een GGZ-instelling of een buurvrouw die vinden dat ze bij iemand poolshoogte moet gaan nemen. “Daar heb je geen aparte functionaris voor nodig”, vindt ze, “dat hoort gewoon bij het vak.” 

Contact met de gemeente 

Ook neemt Gerda regelmatig contact op met de gemeente als ze denkt dat dat nodig is voor een cliënt. Dat levert meestal niet veel op. Ze krijgt van het gemeentelijke WMO-loket te horen dat de patiënt of de familie zelf contact op moet nemen met de gemeente. Wethouder Blokhuis: “Wat je daar ziet is dat we allemaal in een proces zitten, waar we moeten leren hoe dat moet gaan lopen. Ik zie dit als een soort groeistuip.” Maar staat de gemeente in de praktijk wel open voor input van de wijkverpleegkundige? “Ook bij de gemeente is een zoektocht gaande, hoe kunnen we dat het beste organiseren,” zegt Blokhuis. 

Bezuinigingen

Niet alleen de gemeente krijgt minder geld van het Rijk, ook voor de wijkverpleging is dit jaar minder budget beschikbaar. Volgens Jos de Blok wordt het een spannend jaar. “Er is nu niet direct een grote toestroom van cliënten, niet meer dan anders. Wat ik wel verwacht in de loop van het jaar dat door de bezuinigingen het geven van zorg een probleem zal worden, dat zal rond de zomer blijken. Er wordt 400 miljoen bezuinigd op de wijkverpleging, meer dan 10% van het totaal.” De wijkverpleegkundigen van Buurtzorg hadden de afgelopen jaren al toestemming om zelfstandig te bepalen welke zorg de cliënt nodig had. Dat geldt sinds dit jaar voor alle organisaties die wijkverpleging aanbieden.