Het was een zware week voor de nog jonge Israëlische regering: onenigheid over een project om bomen te planten in de Negev-woestijn waar veel Arabieren wonen. Hoewel een regeringscrisis op het nippertje werd afgewend, bleek opnieuw hoe fragiel de achtpartijencoalitie is. Voor het eerst in decennia maakt een Arabische partij deel uit van de regering. Onder druk van deze partij is de aanplant voorlopig gestopt.

Het politieke conflict laaide op na dagenlange protesten van duizenden Arabische bedoeïenen in de Negev-woestijn in het zuiden van Israël. Tientallen demonstranten werden gearresteerd. Ook vielen er gewonden, zowel onder betogers als onder de massaal ingezette Israëlische agenten.

De onvrede is groot onder bedoeïenen die al decennialang in de woestijn leven:

'Dit is racisme tegen de bedoeïenen'

Steen des aanstoots voor de bedoeïenen is een project om bomen te planten bij een van hun dorpen, in de buurt van de stad Beër Sheva. Een aan de staat gelieerde Joodse organisatie begon deze week met de voorbereidingen voor de bebossing. Joodse partijen zien de aanplant als een manier om het gebied te ontwikkelen, maar de bedoeïenen vrezen een nieuwe poging om hun land in te pikken.

'Kijk, hier om ons heen zijn overal al bossen geplant, op land dat eigenlijk van ons is', zegt Aziz al-Touri. Hij vecht met de Israëlische autoriteiten een jarenlange strijd uit over de grond. De plek waar hij woont staat namelijk niet geregistreerd als zijn eigendom, en dus worden de eenvoudige huizen die zijn familie er bouwt telkens gesloopt. "De staat erkent niet dat deze grond van ons is, maar wij weigeren op te geven", zegt al-Touri.

Het tekent het slepende conflict. Bedoeïenen als al-Touri maken aanspraak op eigendomsrechten in de Negev-woestijn, waar ze al voor de stichting van de staat Israël in 1948 leefden als semi-nomadische stammen. Maar volgens de regering is het overgrote deel van het gebied staatseigendom.

'Woestijn laten bloeien'

En Israël heeft plannen met dat gebied. 'De woestijn laten opbloeien' was al een droom van de eerste premier van het land, David Ben Goerion. Het past dan ook binnen een traditie dat het Joods Nationaal Fonds (JNF), de organisatie achter de bebossingsplannen, ook dit stukje van de Negev wil beplanten.

"Wij planten bomen om het milieu en het klimaat te verbeteren, in opdracht van de Israëlische overheid", zegt een woordvoerder van het JNF, dat in Israël grote stukken grond beheert. "Deze grond is nu eenmaal eigendom van de staat, laat dat duidelijk zijn."

Het is een probleem waar veel bedoeïenen tegenaan lopen: de grond waar ze wonen is volgens Israël niet van hen. Een groot deel van de 200.000 Arabische inwoners van de Negev woont in dorpen die niet officieel zijn erkend. Zij hebben meestal geen aansluiting op elektriciteit, stromend water of andere voorzieningen. De werkloosheid en armoede liggen in het gebied een stuk hoger dan in andere delen van Israël.

'Mensen belangrijker dan bomen'

In de jonge Israëlische regering zit één partij die het voor de inwoners in het gebied opneemt. Het is de Verenigde Arabische Lijst, die veel aanhangers heeft onder de bedoeïenen in de Negev-woestijn en belooft hun levensomstandigheden te verbeteren. Sinds de zomer maakt de conservatief-islamitische partij, voor het eerst in de geschiedenis, deel uit van een Israëlische regeringscoalitie.

De partij kwam deze week dan ook in actie. "Bomen zijn niet belangrijker dan mensen, sprak partijleider Mansour Abbas, en hij dreigde met een kabinetscrisis als het aanplanten niet gestaakt zou worden. Om zijn woorden kracht bij te zetten, stemde de Verenigde Arabische Lijst in het parlement niet langer in met voorstellen van de regering.

Dat had effect, en uiteindelijk bereikten de regeringspartijen een compromis om de werkzaamheden op de lange baan te schuiven. Het biedt de partijen de kans om zonder al te veel gezichtsverlies over te gaan tot de orde van de dag, en het betekent dat de bonte achtpartijencoalitie nog steeds in het zadel zit. In ieder geval tot de volgende crisis zich aandient.

STER reclame