Minister Bruins: scouting jonge talentjes onwenselijk

Bekijk

Minister Bruins: scouting jonge talentjes onwenselijk

Is het erg dat profclubs jonge voetballertjes aan zich proberen te binden? In de jacht op talent komen de Nederlandse clubs uit bij steeds jongere kinderen. Al voor hun zesde jaar worden ze gescout op de amateurvelden en verleid om naar de opleiding van een profclub te gaan. Experts maken zich zorgen, omdat het al op zo'n jonge leeftijd scouten niet effectief is en zelfs gevaarlijk kan zijn.

Een onderzoek dat voetbalbond KNVB in 2007 door wetenschappers liet uitvoeren, stelt zelfs dat clubs zich aan een instroomleeftijd van 10 jaar zouden moeten houden. Tien jaar later blijkt echter dat die leeftijdsgrens niet wordt gerespecteerd. Sterker, er is een wedloop gaande tussen clubs om de allerjongste talentjes.

Bruins: onwenselijke situatie

Minister Bruno Bruins van Sport vindt die ontwikkeling onwenselijk. "Het is niet wenselijk dat er al op 6/7-jarige leeftijd wordt gescout. Op die leeftijd moet het echt gaan over de lol in sport en de lol in samen voetballen."

Bruins ziet geen rol voor de overheid, maar roept de clubs wel op om paal en perk te stellen aan de ontwikkelingen. "De clubs moeten dit onderling regelen, eventueel met de KNVB. Ze moeten elkaar aankijken en zeggen: dit moeten we niet willen."

Dat de KNVB wel onderzoek heeft gedaan waaruit blijkt dat scouten van kinderen onder de 10 jaar schadelijk is, maar dit niet naar buiten heeft gebracht, is onethisch

Kinderombudsman: 'intern houden onderzoek door KNVB onethisch

De praktijk is ook een doorn in het oog van kinderombudsman Margrite Kalverboer. Ze is vooral kritisch op de voetbalbond: "Dat de KNVB wel onderzoek heeft gedaan waaruit blijkt dat scouten van kinderen onder de 10 jaar schadelijk is, maar dit niet naar buiten heeft gebracht, is onethisch."

Afspraken nodig

Volgens de KNVB is Europese regelgeving nodig. Daar is Kalverboer, die toeziet op de rechten van het kind en daarover jaarlijks rapporteert aan de Tweede Kamer, het mee eens. Maar er is wel haast geboden. "Het is zaak nu wel stappen te zetten. Er zouden op nationaal én internationaal niveau afspraken gemaakt moeten worden, zodat jonge kinderen bij hun eigen club kunnen blijven spelen. Het is belangrijk daarbij kinderen en jongeren zélf te betrekken."

"Ik pleit ervoor om te onderzoeken hoe kinderen die in het proces zijn afgevallen, hierop terugkijken. Wat heeft het ze opgeleverd en waar hebben ze nadeel van ondervonden? Deze lessen moeten aan de basis liggen van het te ontwikkelen beleid."

Jacco Swart, algemeen directeur van de ECV

- ANP

ECV-directeur Swart: internationale regels zijn nodig

Voor Jacco Swart, algemeen directeur van de Eredivisie CV (ECV), ligt de situatie gecompliceerder. "Volgens mij is het heel moeilijk om bij spelertjes van 6, 7 of 8 jaar talent te herkennen. We moeten met elkaar die discussie voeren. Uiteindelijk is het de verantwoordelijkheid van de clubs en van de ouders om terughoudend te zijn."

Als ECV-directeur vertegenwoordigt hij alle Nederlandse profclubs. "Het belang van het kind staat altijd voorop en daarna komt het belang van de clubs. Dit is een internationaal probleem op alle niveaus van de voetbalpiramide. Stel dat we in Nederland regels opstellen en clubs uit Engeland of Spanje opeens onze talenten komen weghalen. We moeten onszelf ook niet in een nog zwakkere concurrentiepositie brengen."

Voor iets oudere kinderen ziet Swart vooral voordelen van een opleiding bij een profvoetbalclub. "Jongens en meisjes die tussen hun 10de en 20ste jaar in de opleiding van een profclub zitten, hebben meestal wel een goede schoolopleiding gekregen. Het leidt misschien niet altijd tot olympische medailles, maar wel tot de ontwikkeling van het kind."