Nog steeds te veel zout en verzadigd vet in ons eten

Het zout- en verzadigd vetgehalte in ons eten daalt langzaam. Zo is het zoutgehalte in voedsel volgens de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in de afgelopen zes jaar met 11 procent afgenomen. Toch gaat de afname niet snel genoeg om de voorgenomen doelstelling te halen, vindt een wetenschappelijke adviescommissie.

De overheid heeft in 2014 met brancheorganisaties in de voedselsector en de horeca afgesproken dat het in 2020 makkelijk moet zijn om dagelijks niet meer dan 6 gram zout en 10 procent verzadigd vet binnen te krijgen. In 2016 consumeerden mannen gemiddeld 9,7 gram en vrouwen 7,5 gram, volgens het Voedingscentrum. Te veel zout kan een verhoogde bloeddruk veroorzaken, wat weer het risico op hart- en vaatziekten vergroot.

Hoewel er vooruitgang wordt geboekt, vindt de commissie dat er meer moet gebeuren. Zo zijn er weliswaar afspraken gemaakt met verschillende sectoren, maar die zijn nog niet ambitieus genoeg, schrijft staatssecretaris Blokhuis in een brief aan de Tweede Kamer. En er zijn voor te weinig productsoorten afspraken gemaakt.

Meer dan op het etiket staat

De NVWA vergeleek 404 etenswaren met vergelijkbare producten uit 2011. Vooral in brood, conserven, kaas, kant-en-klaarmaaltijden, soep en vleeswaren zat minder zout. Alleen in sauzen zit meer zout, zo'n 8 procent ten opzichte van 2011.

Een andere conclusie die de NVWA trekt, is dat de hoeveelheid zout in de producten niet altijd overeenkomt met wat er op het etiket staat. Meestal staat op de etiketten dat er meer zout in zit, dan daadwerkelijk wordt gemeten. Vooral bij kaas is dat het geval, waarom is onduidelijk. Ook voor verzadigd vet kloppen de etiketten niet altijd.

Staatssecretaris Blokhuis bekijkt of de huidige aanpak toereikend is om de in 2014 afgesproken doelstellingen te halen. Hij komt daar voor de zomer op terug, schrijft hij aan de Kamer.