AFP

Ook in de achttiende etappe van Ronde van Italië kwam rozetruidrager Steven Kruijswijk geen moment in de problemen. Zijn ploeg was goud waard in de vlakke etappe naar Pinerolo, zegt hij. "We hebben met de ploeg een heel goede dag gedraaid. We zijn nooit buiten de eerste vijf geweest, denk ik."

Op de slotklim waren de Lotto-Jumborenners nog altijd van voren te zien. "Op die klim reed Enrico (Battaglin, red.) ook op kop. Alles was onder controle."

Toch was Kruijswijk 240 kilometer lang op zijn hoede. "Het was een dag om uit te kijken, zeker in de finale. We wisten dat de aanloop heel lang zou zijn. In de finale moest ik opletten dat de anderen niet zouden aanvallen. Maar omdat Enrico bleef rijden, kon er niemand weg. Ik zat prima in het wiel en had controle over de andere jongens."

Pas in de afdaling moest Kruijswijk zelf echt aan de bak. "In het laatste stuk naar de finish toe moest ik het zelf doen, maar dat was zo kort, dat het geen probleem was."

Morgen rijden de renners naar het dak van de Giro, de top van de Colle dell'Agnello ligt op 2.744 meter hoogte. Die col is van de buitencategorie, de finish ligt na een etappe van 162 kilometer op een berg van de eerste categorie. "Normaal gesproken ligt dat me beter dan een etappe zoals vandaag. Op zo'n slotklim kom ik beter tot mijn recht."

"Ik moet morgen heel sterk zijn, maar dat was ik de afgelopen tweeënhalve week ook, dus ik ga gewoon mijn best doen", reageert de nuchtere Kruijswijk.

STER reclame