Toekomst Duitse schaatsen nog niet rooskleurig

Nico Ihle en Samuel Schwarz bezorgden vorige week bij de wereldbekerwedstrijden in Berlijn het thuispubliek een 'Doppelsieg' op de 1.000 meter. Een prestatie die 25 jaar geleden voor het laatst werd neergezet. Uwe-Jens Mey en Olaf Zinke eindigden in maart 1990 ook als eerste en tweede op die afstand.

Hoewel Judith Hesse zich vrijdag bij de 500 meter in Thialf ook op het podium schaatste (brons), is het niet zo dat het Duitse schaatsen nu een rooskleurige toekomst heeft. Want Ihle (29), Schwarz (31) en Hesse (32) zijn al wel op leeftijd. En er is ook nog altijd de 42-jarige Claudia Pechstein.

Waar is het Duitse talent gebleven? "Na de Olympische Spelen in Sotsji kregen we alles over ons heen. Het Duitse schaatsen zou dood zijn. Maar we werden vierde en vijfde, dat is toch niet slecht?", zegt Schwarz.

En daar heeft de nummer vijf van de Spelen een punt. Op dit moment gaat het zo slecht nog niet. Maar zijn zij in 2018 in Pyeongchang nog goed genoeg?

Niemann erkent probleem

Gunda Niemann, drievoudig olympisch kampioene en tegenwoordig bondstrainster van Duitsland, erkent dat er een probleem is. Maar waar ligt dat dan aan?

"We hebben een groot opvolgingsprobleem. Er zit een gat tussen de top en de jeugd. We hebben mensen nodig die in de voetstappen van de huidige toppers treden. We zijn in de breedte niet sterk genoeg, daar moet aan gewerkt worden", weet Niemann.

En dat gebeurt, maar het lijkt een meerjarenplan te worden. Op de korte termijn zullen er nog geen getalenteerde schaatsers op hoog niveau mee kunnen doen. Maar Niemann is positief.

"We hebben ervaren trainers, daar begint het mee. Goed opgeleide trainers, die erg goed met de jeugd bezig zijn. Dat ze goed worden voorbereid voor de top. Er zit potentieel in en als dat doorkomt gaat het de goede kant op", benadrukt ze.

STER reclame