ANP

Een tv-debat kan een politicus maken of breken. Zo trok presidentskandidaat Scott Walker zich terug nadat hij twee keer slecht had gepresteerd in een debat. Hij zei dat hij de negatieve toon in de Republikeins campagnestrijd betreurde. Walker doelde waarschijnlijk vooral op de stevige uitspraken van Donald Trump. Die scoorde, mede daardoor, juist goed bij het Amerikaanse publiek.

Ook in bijvoorbeeld Nederland en Engeland spinnen sommige politici garen bij een goed optreden op televisie. 

Engeland

Op 15 april 2010 stapte een energieke jongeman het podium op in Manchester. Hij heette Nick. Zijn achternaam was Clegg. De meeste Britten hadden nog nooit van hem gehoord.

Een paar uur later was alles anders. Tien miljoen kijkers hadden zojuist hun allereerste tv-debat gezien in de aanloop naar de Lagerhuisverkiezingen. De Conservatieve leider Cameron oogde nerveus en de zittende premier Gordon Brown (Labour) was al nooit zo’n geweldige debater.

Nee, het was de avond van Nick Clegg, de fris ogende leider van de Liberaal Democraten die met zijn zelfverzekerde houding het debat naar zijn hand zette. Cleggmania was geboren. Drie weken later haalde hij bijna een kwart van de stemmen en werd hij vice-premier van het Verenigd Koninkrijk. Voor het eerst in bijna 90 jaar zaten er weer liberalen in een Britse regering. En dat allemaal dankzij één geslaagd tv-debat.

Ook in Nederland

Dit is niet uniek voor de Britten. Ook bij de Nederlandse parlementsverkiezingen van 2012 speelden de tv-debatten een belangrijke rol. De hele zomer stonden de PVV en de SP op grote voorsprong in de peilingen. Maar na een paar sterke optredens van met name PvdA-leider Samsom begon het te kantelen. Uiteindelijk gingen de VVD en de PvdA met de winst aan de haal. Uit onderzoek zou blijken dat 59 procent van de Nederlandse kiezers zijn stemintentie had veranderd na het zien van de tv-debatten.

Sinds het beroemde tv-debat tussen John F. Kennedy en Richard Nixon zijn televisiedebatten vast onderdeel geworden van de Westerse politieke cultuur. Maar zijn tv-debatten niet passé in het tijdperk van Facebook, Twitter en Buzzfeed met een publiek dat in toenemende mate het politieke nieuws volgt via de smartphone in plaats van de vertrouwde tv? Het echte politieke slagveld is tegenwoordig immers online, zo hoor je al jaren partijstrategen uit Europa en Amerika verkondigen.

Obama

Iedereen keek dan ook met grote bewondering naar de operatie van Barack Obama, die in 2012 met een uitgekiende digitale strategie miljoenen kiezers naar de stembus lokte. Het hart van Obama’s campagnecentrum in Chicago was The Cave, een hermetisch gesloten ruimte die gevuld was met computers en 300 programmeurs en technologiespecialisten. 

Samen bedachten ze innovatieve software en programma’s om het gedrag van kiezers te analyseren, te voorspellen en bovenal: hen over te halen hun stem uit te brengen op Obama. Het was een knallend succes. Sinds 2012 wil elke presidentskandidaat zo’n grot met geeks op het campagnekantoor.

Scott Walker

Toch blijft het tv-debat een hardnekkig en invloedrijk fenomeen, zo laat Amerika óók zien. Maandag stapte de Republikeinse presidentskandidaat Scott Walker uit de verkiezingsrace. Een paar maanden geleden nog was hij een van de favorieten bij de Republikeinen. Het online magazine Politico voorspelde met het artikel How Walker will win in juli een grootse toekomst voor Walker.

Maar het werd de zomer van Donald Trump. De vastgoedmagnaat domineerde het eerste tv-debat tussen de Republikeinse kandidaten van Fox News in augustus en begon aan een opmars in de peilingen. Walker was nagenoeg onzichtbaar en 24 miljoen Amerikaanse kijkers waren getuige. Vorige week keken 23 miljoen kiezers naar het tweede Republikeinse debat bij CNN (nog nooit eerder had de zender zoveel kijkers) en opnieuw was Walker flets.

In het zo belangrijke Iowa, de eerste staat die een voorverkiezing houdt, stond Walker maandenlang op grote voorsprong in de peilingen. Maar bij de laatste metingen 'registreerde' - in het jargon van de opiniepeilers - Walker niet eens. Met andere woorden: hij stond op 0 procent. De gelddonors renden weg. Walker telde zijn zegeningen en hij stapte uit de race.

Zo verknalden twee tv-optredens de kandidatuur van een van de grote Republikeinse beloftes. En geen digitale strategie die dat nog kon rechtzetten. 

STER reclame