Een jongen op een voetpomp voor grondwater ten noordoosten van Machinga in Malawi. Jongeren wordt vaak gevraagd om te pompen, omdat het zware arbeid is. NOS
Klimaattop Glasgow

Op het platteland in Malawi staat boer Doma Alie in zijn veld op een soort stepmachine. Hij pompt grondwater op door trappende bewegingen te maken. Na een paar uur steppen is hij uitgeput. Hij wordt een dagje ouder, maar hij is alsnog dankbaar voor zijn pomp. Want zonder zou hij het niet meer redden.

Vroeger kon hij vertrouwen op de regen, vertelt hij. Maar dat is verleden tijd. "Dan is het weer te nat en spoelen de zaden of jonge planten weg, dan weer te droog en sterven de gewassen." De afgelopen jaren kende zijn familie honger. "Daar maakte de irrigatiepomp een einde aan. We hebben hier gelukkig grondwater en kunnen nu ook in drogere periodes genoeg verbouwen."

Een van de belangrijkste onderwerpen voor armere landen tijdens de klimaattop in Glasgow is precies dat: er is meer geld nodig om in te spelen op de veranderingen van het klimaat, zogenoemde adaptatie. Daaronder vallen bijvoorbeeld irrigatie, maar ook zaden die beter tegen hoge temperaturen kunnen, of huizen die bestand zijn tegen een orkaan.

Weinig uitstoot, veel gevolgen

Arme landen dragen weinig bij aan klimaatverandering, Afrika is naar schatting slechts verantwoordelijk voor 4 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Maar Afrikaanse landen zijn wel een groot slachtoffer. Zoals Malawi, een land dat de afgelopen halve eeuw zeven periodes van droogte kende en 19 overstromingen.

Twaalf jaar geleden werd op de klimaattop in Kopenhagen afgesproken om vanaf 2020 een bedrag van 100 miljard dollar per jaar beschikbaar te stellen voor adaptatie en 'mitigatie', het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen door bijvoorbeeld duurzame energie. Onderwerp van gesprek in Glasgow: dat bedrag is nooit gehaald en er is te veel besteed aan mitigatie (terugdringen van uitstoot) en niet genoeg aan adaptatie, het inspelen op een veranderend klimaat.

"Maar adaptatie is juist cruciaal voor mensen om zichzelf weerbaar te maken," zegt professor Sosten Chiotha uit Malawi, die nu ook in Glasgow is. "Mensen willen voor zichzelf zorgen, maar kunnen dat lang niet altijd." We willen niet bedelen, benadrukt hij, maar hebben wel de middelen nodig om onszelf te redden.

'Klimaatgeld gaat vooral naar grote organisaties'

Chiotha is een gerespecteerde klimaatwetenschapper in Malawi. Het was zijn organisatie Lead die de gemeenschap van boer Moda Alie een aantal irrigatiepompen bracht. Maar die waren niet van de beste kwaliteit. Drie zijn er al stuk, van de vierde zit de hendel los. "Dat is wat we konden betalen."

Zijn organisatie wil graag geld om een beter irrigatiesysteem neer te zetten, waarbij met zonne-energie elektriciteit wordt opgewekt waarmee het water wordt opgepompt: mitigatie en adaptatie in één klap. Drie jaar geleden vroeg hij accreditatie aan bij het Groene Klimaatfonds, dat een groot deel van het klimaatgeld beheert, maar die kreeg hij nog niet. "Het klimaatgeld gaat vooral naar grote internationale organisaties zoals verschillende takken van de Verenigde Naties en de Wereldbank. Het is moeilijk om ertussen te komen als kleinere lokale speler."

Dat beamen Daan Robben en Annelieke Douma van Both ENDS, een organisatie die ervoor pleit dat lokale kleinschalige maatschappelijke organisaties wél kunnen aankloppen voor financiering. "Cijfers laten zijn dat minder dan 10 procent van de klimaatfinanciering naar lokaal niveau gaat. Er staan heel erg veel organisaties in de rij, maar het grootste deel gaat naar grote instituties terwijl lokale organisaties waardevolle netwerken en kennis hebben."

Martha Chilokoteni in haar veld in Chikwawa, Malawi, waar ze een irrigatiepomp op zonne-energie hebben. NOS

Een paar uur rijden verderop heeft het Wereldvoedselprogramma al wel zo'n irrigatiesysteem op zonne-energie aan boeren gegeven, deels gefinancierd met klimaatgeld. Boer Martha Chilokoteni vertelt dat het gebied waarop ze nu groenten verbouwen tien keer zo groot is als voorheen, en dat ze nu drie keer per jaar oogsten in plaats van één keer.

De organisatie waarschuwde juist gisteren voor een catastrofe, bij het ingaan van de tweede week van de klimaattop, omdat het aantal mensen dat honger heeft op de wereld toeneemt. Voor 45 miljoen mensen in 43 landen dreigt hongersnood. In 2019 waren dit er 27 miljoen. Veel van hen wonen in conflictgebieden, maar ook klimaatverandering speelt een rol.

Juist daarom zet het Wereldvoedselprogramma, een organisatie die de meeste mensen kennen van het geven van noodhulp, juist ook in op het zelfvoorzienend maken van gemeenschappen: dat ze zichzelf kunnen voeden, zodat ze hopelijk minder noodhulp hoeven te gaan geven.

Weinig ingezameld, en nog meer nodig

Maar het is de vraag of er genoeg steun komt. Het is moeilijk te zeggen hoeveel klimaatgeld er tot nu toe precies is opgehaald, want er is onenigheid over wat je mee mag tellen. Veel landen rekenen veel van hun ontwikkelingsgeld mee. Ook verstrekken overheden veel klimaatgeld als lening, en tellen landen investeringen van het bedrijfsleven mee. Bovendien is die oude belofte van 100 miljard per jaar, die nooit gehaald werd, volgens de armere landen achterhaald.

Inmiddels is er veel meer nodig. Volgens het in Nederland gevestigde Global Center on Adaptation is er zeker 300 miljard dollar per jaar nodig. Het is twijfelachtig of er op deze top wel genoeg geld beschikbaar komt om de arme landen te helpen.

STER reclame